Het belangrijkste in het kort
- Een vakkundig gedimensioneerde regengoot biedt betrouwbare bescherming tegen waterschade en overstromingen.
- Bereken de benodigde afvoercapaciteit op basis van het dakoppervlak, de hellingshoek en de lengte van het dak.
- Kies de juiste nominale maat (NW 100 tot NW 190) op basis van het dakoppervlak – per regenpijp ongeveer 25 tot 130 m².
- Houd rekening met regionale regenval en bladeren om de juiste maat en toebehoren te kiezen.
- Reinig de regengoot regelmatig om verstoppingen te voorkomen en de werking te garanderen.
Een vakkundig gedimensioneerde regengoot zorgt voor een veilige afvoer van regenwater en beschermt de gevel, fundering en omgeving betrouwbaar tegen waterschade. Als de goot echter te klein is, kan er bij hevige regenval snel overstroming optreden. Dit leidt niet alleen tot ongewenste plassen, maar in het ergste geval ook tot schade aan de bouwconstructie.
💡 Tip voor huiseigenaren: ook al gaat het maar om een klein tuinhuisje, een carport of een terrasoverkapping, let toch op de juiste maat van de dakgoot, want ook hier moet het regenwater goed worden afgevoerd.
In dit artikel leest u:
- hoe u het afvoeroppervlak van het dak berekent
- welke gootmaat en hoeveel regenpijpen uw dak nodig heeft
- wat u moet doen bij een overlopende goot
Inhoudsopgave
- Hoe bereken je de benodigde afmetingen van de regengoot?
- Welke dakgootmaat voor welk dakoppervlak?
- Wat betekent een 6-delige of 7-delige dakgoot?
- Welke rol speelt de locatie?
- Hoeveel regenpijpen zijn er nodig?
- Infobox: tip voor leken bij het kiezen van regengoten
- Waar moeten vakmensen bij de planning rekening mee houden?
- Wat te doen bij hevige regen en een overlopende goot?
- Veelgestelde vragen over de juiste maat dakgoten
- Conclusie: zo vindt u de juiste regengoot voor uw dak
Hoe bereken je de benodigde afmetingen van de regengoot?
De centrale vraag is: hoeveel regenwater valt er op het dak en moet door de dakgoot worden opgevangen? Hiervoor wordt het zogenaamde afvoeroppervlak van het dak berekend. Dit is afhankelijk van:
- de grondoppervlakte van het dak
- de hellingshoek van het dak
- de lengte van de dakzijde waarop de regengoot wordt gemonteerd
De formule voor het afvoeroppervlak van het dak is A = L × B × K, waarbij:
- A = afvoerend oppervlak in m²
- L = lengte van de dakrand (zijde met de goot)
- B = dakhoogte (druiplijst tot nok)
- K = hellingsfactor (afhankelijk van de dakhelling)
| Dakhelling | Hellingsfactor K |
|---|---|
| tot 10° | 1,0 |
| 11°–30° | 1,1 |
| 31°–45° | 1,2 |
| over 45° | 1,3 |
Welke dakgootmaat voor welk dakoppervlak?
Aangezien de regengoot, afhankelijk van het afvoeroppervlak, een bepaalde hoeveelheid water moet opvangen, is het belangrijk om de juiste nominale diameter te kiezen. Er worden vooral halfronde goten in de nominale maten NW 100, NW 125, NW 150 en groter gebruikt. De volgende tabel toont het verband tussen het dakoppervlak en de gootmaat – voor halfronde goten met één regenpijp en tot 10 m gootlengte (afvoercoëfficiënt C = 1,0, rekenwaarde regenintensiteit 300 l/(s·ha)); het oppervlak geldt per regenpijp:
| Nominale maat (NW) | Deligheid / plaatbreedte | Dakoppervlak per regenpijp |
|---|---|---|
| NW 100 | 8-delig / 250 mm | tot ca. 25 m² |
| NW 125 | 7-delig / 285 mm | tot ca. 45 m² |
| NW 150 | 6-delig / 333 mm | tot ca. 70 m² |
| NW 190 | 5-delig / 400 mm | tot ca. 130 m² |
⚠️ Opmerking voor professionals: bij bijzonder grote dakoppervlakken of hoge neerslaghoeveelheden (bijv. in gebieden met hevige regenval) kan een tweede goot of een extra regenpijpaansluiting nodig zijn. Is het oppervlak per regenpijp te groot, dan is een tweede regenpijp meestal voordeliger dan de volgende maat.
Wat betekent een 6-delige of 7-delige dakgoot?
De deligheid is een oude loodgietersaanduiding: ze geeft aan in hoeveel even brede stroken een plaat van 2 m breed wordt gesneden. Meer delen betekent dus een smallere goot, niet een bredere. Bij 6-delig levert dat zes stroken van 333 mm op en daarmee een gootdiameter van ongeveer 153 mm, bij 7-delig zeven stroken van 285 mm en ongeveer 127 mm. Als vuistregel geldt daarom: een 6-delige goot komt ongeveer overeen met NW 150, een 7-delige met NW 125.
Wanneer u maten vergelijkt of losse delen zoekt, kunt u de deligheid het beste omrekenen naar de nominale maat in millimeters – in de shop kiest u direct via de nominale maat. Een uitgebreide maattabel vindt u in de raadgever Dakgoten & regengoten: materiaal & maten.
Welke rol speelt de locatie?
Niet alleen het dakoppervlak, maar ook de locatie van het gebouw is van invloed op de keuze van de gootafmetingen:
- In regio’s met veel hevige regenval of hoge jaarlijkse neerslaghoeveelheden is een grotere goot aan te bevelen.
- In gebieden met veel bladval moeten bredere goten worden gebruikt of bladroosters worden gemonteerd om verstoppingen te voorkomen.
Hoeveel regenpijpen zijn er nodig?
Ook de regenpijp moet voldoende groot zijn om het opgevangen water snel genoeg af te voeren. Als vuistregel geldt:
- Elke regenpijp draagt het dakoppervlak van zijn goot uit de tabel hierboven – bij NW 125 met regenpijp Ø 80–100 mm dus ongeveer 45 m².
- Bij NW 150 met regenpijp Ø 100–110 mm is dat ongeveer 70 m² per regenpijp; daarboven plant u een tweede regenpijp of NW 190.
Als meerdere dakoppervlakken op een goot worden aangesloten of als er lange afstanden tot de regenpijp zijn, is een individuele planning noodzakelijk.
Infobox: tip voor leken bij het kiezen van regengoten
Snel overzicht voor huiseigenaren:
| Daktype | Voorbeeld | Aanbevolen gootmaat |
|---|---|---|
| klein plat dak | tuinhuis, carport | NW 100 |
| middelgroot zadeldak | eengezinswoning | NW 125 |
| groot schilddak | meergezinswoning, hal | NW 150 of NW 190 |
| terrasoverkapping | aluminium constructie met glas | NW 100–125 afhankelijk van de lengte |
Waar moeten vakmensen bij de planning rekening mee houden?
Gespecialiseerde bedrijven moeten bij het ontwerpen van dakgoten rekening houden met de volgende punten:
- Regenval volgens DIN 1986-100
- geplande attiek- of dakrandafwatering
- veiligheidsreserves bij complexe dakgeometrieën
- passende inloopbakken, gootsteunen en overgangen naar de regenpijp
- montage met afschot: 2 mm per meter
Voor de correcte plaatsing van de gootsteunen en de veilige bevestiging op hout, metselwerk of metaal biedt de HMG Benelux shop een uitgebreid assortiment gootaccessoires.
Wat te doen bij hevige regen en een overlopende goot?
Als de regengoot bij hevige regen overstroomt, komt dat meestal door een te kleine afmeting of door verstopping door bladeren en vuil. In beide gevallen kan het water niet snel genoeg wegstromen en loopt het over de rand van de goot.
Controleer eerst of de goot vrij is van afzettingen – regelmatig reinigen helpt hier. Als het probleem blijft bestaan ondanks dat de goot schoon is, is deze mogelijk niet geschikt voor het aanwezige dakoppervlak of de hoeveelheid neerslag.
In dat geval is het raadzaam om een grotere goot te installeren of extra regenpijpen te plaatsen om de afvoercapaciteit te vergroten. In regio’s met veel hevige regenval zijn bladroosters en noodoverlopen zinvolle aanvullingen.
Veelgestelde vragen over de juiste maat dakgoten
Dat hangt af van het afwateringsoppervlak van het dak. Voor kleine daken volstaat NW 100 (per regenpijp ongeveer 25 m²), voor eengezinswoningen wordt meestal NW 125 gebruikt (ongeveer 45 m² per regenpijp).
Het belangrijkste is het dakoppervlak, rekening houdend met de hellingshoek. Hoe groter en steiler het dak, hoe meer water de dakgoot moet kunnen opvangen.
Als vuistregel geldt: elke regenpijp voert het oppervlak van zijn goot af – ongeveer 45 m² bij NW 125, ongeveer 70 m² bij NW 150. Bij grotere oppervlakken is het raadzaam om extra regenpijpen te gebruiken.
Veelvoorkomende oorzaken zijn bladeren of vuil in de goot. Als deze schoon is, ligt het meestal aan een te kleine doorsnede.
Ja, in gebieden met veel regen of veel bladval moet de dakgoot groter worden gekozen of worden aangevuld met beschermingssystemen.
Een dakgoot wordt met een licht afschot van 2 mm per meter richting de regenpijp gemonteerd. Zo stroomt het water betrouwbaar weg zonder dat er stilstaand water of afzettingen ontstaan.
Via het afwaterende dakoppervlak per regenpijp: ongeveer 25 m² bij NW 100, 45 m² bij NW 125, 70 m² bij NW 150. Bij gootlengtes van meer dan 10 m kunt u het beste twee regenpijpen inplannen – zo blijft ook het afschot van 2 mm per meter beheersbaar.
Conclusie: zo vindt u de juiste regengoot voor uw dak
Met de juiste afmetingen van uw regengoot voorkomt u vochtschade en verlengt u de levensduur van uw gebouw. Of het nu gaat om een kleine overkapping of een groot schuin dak – een gedegen berekening en hoogwaardige componenten zijn cruciaal voor een veilige afwatering. Welke gootvorm en welk materiaal bij uw dak passen, leest u in Welke dakgoot voor welk dak; hoe u verstoppingen en overlopen voorkomt, toont Dakgoten op de juiste manier schoonmaken.
Regengoten, regenpijpen en toebehoren direct in de HMG Benelux shop – in alle gangbare nominale diameters, met Trusted Shops-kopersbescherming.
