Vakman monteert kanaalplaten in een aluminium montage-profiel van een terrasoverkapping
Montagehandleiding
Kanaalplaten leggen
in 6 stappen

Dubbelwandige lichtplaten en meerwandige platen veilig in het profielsysteem monteren – met de originele waarden van Scobalit en VLF/Salux.

Hartafstand in plaats van plaatbreedte Nooit rechtstreeks doorschroeven Boven dicht, aan de onderkant open

Kanaalplaten leggen: stap-voor-stap handleiding voor dubbelwandige lichtplaten & meerwandige platen

Deze handleiding voert u door het complete verloop – van de onderconstructie via de kanaalafsluiting tot de muuraansluiting. Kanaalplaten worden nooit rechtstreeks door de plaat heen geschroefd, maar in een montage-profiel gelegd; welk profiel u heeft, bepaalt de hartafstand, de boorafstanden en de vraag of het bovendeel wordt vastgeschroefd of geklikt. Alle waarden komen uit de originele montagehandleidingen van Scobalit en VLF/Salux – de negen gangbare profielsystemen vindt u verderop afzonderlijk uitgesplitst. Waar de twee fabrikanten van elkaar verschillen, staat de naam erbij.

+ 20 tot 40 mm
Toeslag op de hartafstand per profielsysteem – gerekend van hart profiel tot hart profiel
7° of 10°
Minimale dakhelling – Scobalit vanaf 7°, VLF eist voor kanaalplaten 10°
5 mm per meter
Lengte-uitzetting (VLF) – die ruimte hoort bij de nok of de muuraansluiting
Alleen in het profiel
Montagesystemen zijn niet zelfdragend – een onderconstructie is verplicht
Maurice Grimberg – directeur
Maurice Grimberg
Directeur
"De duurste fout gebeurt voordat de eerste plaat op het dak ligt: de spanten worden op plaatbreedte gezet. Elk profielsysteem heeft echter zijn eigen toeslag – 28 mm bij Scobalit, 20 tot 40 mm bij VLF. Wie dat over het hoofd ziet, houdt uiteindelijk een onderconstructie over waar geen enkele plaat op past. En de op één na duurste: de kanaalafsluiting verkeerd om. Boven moet dicht zijn, aan de onderkant moet het condens er weer uit kunnen."

De complete montage in beeld

Video: A1 Schroefprofielsysteem monteren – instructies voor kanaalplaten en meerwandige platen
6:30

Het A1 schroefprofielsysteem van A tot Z

Zesenhalve minuut, het hele verloop bij het meest verkochte systeem: onderprofielen uitlijnen en voorboren, randafsluitband aanbrengen, platen inleggen, profielbovendelen vastschroeven, sierklemdeksel plaatsen. De volgorde geldt naar analogie voor alle systemen – de verschillen staan verderop, het thermo- en het klemprofiel hebben eigen video's.

Gereedschap & materiaal: dit heeft u nodig

Gereedschap

  • Fijngetande hand- of tafelcirkelzaag – de plaat tijdens het zagen vastzetten. Scobalit noemt de fijne vertanding, VLF een snel draaiende handcirkelzaag met metaalzaagblad. Hoe dat netjes lukt, laat het artikel Kanaalplaten juist snijden zien
  • Pers- of zuiglucht – zaagsel moet volledig uit de kanalen, anders blijft het zichtbaar ingesloten
  • Boormachine met Ø 4,5 / 5 / 7 / 8 mm – de boordiameters schrijft uw profielsysteem voor; voor boringen in de plaat zelf een kunststofboor
  • Accuschroevendraaier met koppelinstelling – profielen worden aangedraaid, niet vastgeknald
  • Rubberen hamer – bij de kliksystemen (Mendiger, Zevener Sprosse, PVC-klemprofiel) wordt het bovendeel opgezet, niet vastgeschroefd
  • Gepolsterde loopplank – kanaalplaten zijn niet beloopbaar, er wordt uitsluitend over lastverdelende planken gewerkt

Materiaal

  • Kanaalplaten in de passende dikte – in de lengte op de centimeter nauwkeurig op maat gemaakt, tot 7,00 m
  • Montage-profielen – per dakvlak twee randprofielen en voor elke plaatvoeg één middenprofiel
  • Afsluitprofielen voor de kopse kanten – bij VLF/Salux een geperforeerd aluminium profiel voor de onderkant en een ongeperforeerd voor de nok; Scobalit sluit beide kopse kanten met hetzelfde aluminium U-profiel af, een geperforeerde uitvoering bestaat daar niet
  • Bandmateriaal voor de kanaalafsluiting: Scobalit plakt beide kopse kanten af met randafsluitband – met membraan aan de onderkant, zonder membraan resp. als alu-pet-laminaat bij de nok. VLF plakt alleen de bovenste kopse kant af met aluminiumtape; aan de onderkant blijft de plaat zonder band, daar neemt het geperforeerde profiel de afwatering over
  • RVS-schroeven en hoeken – bij VLF de stophoek aan het onderste profieluiteinde als afschuifbeveiliging, bij Scobalit de afsluit- en bevestigingshoeken
  • Witte oplosmiddelvrije verf of reflecterende tape voor de bovenkant van de spanten – tegen hitte-ophoping onder de transparante plaat

Hartafstand, platen en profielen berekenen

De doorslaggevende waarde is de hartafstand van hart profiel tot hart profiel – bij Scobalit heet diezelfde waarde rastermaat. Hij is altijd groter dan de plaatbreedte, omdat de profielsteg en de dilatatievoeg ertussen moeten passen. Hoeveel groter, hangt van het systeem af: Scobalit rekent doorgaans met plaatbreedte + 28 mm, VLF afhankelijk van het profiel met + 20 mm (ECO), + 30 mm (DUO, Mendiger) of + 40 mm (Zevener Sprosse). Plan de spanten zo mogelijk zo in dat alleen de laatste plaat in de breedte hoeft te worden ingekort.

Benodigde platen
Hartafstand profiel–profiel
Montage-profielen
Uitzetruimte bij de nok

De profielen lopen van de onderkant naar de nok en worden in daklengte besteld. De uitzetruimte van ongeveer 5 mm per meter plaatlengte (VLF) hoort bij de nok of de muuraansluiting, omdat de stophoek de plaat aan de onderkant vasthoudt.

Kanaalplaten maken wij tot 7,00 m lengte. Daarnaast zijn de gegevens bij het artikel en in de fabrikantenhandleiding van uw profielsysteem bindend. De steunafstanden hangen bovendien af van de sneeuw- en windbelasting en staan daar in tabelvorm.

Deze calculator geeft een snelle indicatie voor platen, hartafstand en profielen. Voor de bindende planning met het passende profielsysteem, rand-, midden- en muuraansluitprofielen en de totaalprijs gebruikt u de planner.

Steunafstanden: belasting, dikte, breedte

Hoe ver de spanten in stroomrichting uit elkaar mogen liggen, hangt af van sneeuw- en windbelasting, plaatdikte en plaatbreedte – en de plaatbreedte werkt sterker door dan de meesten verwachten: een 16 mm drievoudige kanaalplaat draagt bij 75 kg/m² volgens VLF in 980 mm breedte 4,00 m, in 1200 mm breedte nog maar 3,40 m. De volledige tabellen staan in de fabrikanten-pdf's. Twee regels geeft Scobalit daarbij mee: de plaat moet rondom minimaal 30 mm oplegging hebben respectievelijk in het gerubberde aluminiumprofiel steken, en dwarsondersteuningen laten zich ook achteraf inbouwen als het dak te ver overspannen blijkt.

Dakhelling: 7° of 10°?

Hier wijken de fabrikanten van elkaar af, en wel bewust: Scobalit laat zijn meerwandige platen vanaf 7° toe (12,3 cm per meter) – uitdrukkelijk ook in lager gelegen gebieden. VLF/Salux eist voor kanaalplaten daarentegen minimaal 10°. Doorslaggevend is de handleiding van uw profielsysteem; wie zich niet wil vastleggen, plant met 10° en zit bij beide goed. Praktisch geldt sowieso: hoe platter het dak, hoe langzamer het water afloopt en hoe eerder er vuil op de plaat blijft liggen – voor enkelwandige lichtplaten noemt VLF 10° als de helling vanaf waar een zelfreinigend effect merkbaar wordt.

Kanaalplaten leggen in 6 stappen

1

Onderconstructie op hartafstand opbouwen – en licht maken

De onderconstructie bepaalt het resultaat, omdat zij na de montage niet meer te corrigeren is. Zij moet windvast en vormvast zijn – bij hout bij voorkeur gelamineerde liggers, als alternatief metaal.

  • Hartafstand in plaats van plaatbreedte: de afstand van hart profiel tot hart profiel is de plaatbreedte plus de systeemtoeslag – 28 mm bij alle Scobalit-profielen, 20 tot 40 mm bij VLF. Bij een 98 cm brede plaat is dat afhankelijk van het systeem 100, 100,8, 101 of 102 cm. De waarde levert de calculator hierboven.
  • Bovenkant van de spanten wit schilderen (oplosmiddelvrij!) of met reflecterende tape afdekken – Scobalit noemt zijn zilverkleurige tape, VLF aluminiumtape of witte dispersieverf. Donker hout onder een transparante plaat wordt een verwarmingsvlak; het gevolg zijn scheuren en vervormingen. Verf en impregneermiddelen vooraf goed laten uitwasemen, anders tasten de dampen de plaat aan.
  • Geen zacht pvc in de buurt van de platen – chemisch onverenigbaar. Evenmin toegestaan: isolatiemateriaal of beschot in direct contact met de onderzijde van de plaat.
  • Spanten zo verdelen dat alleen de laatste plaat hoeft te worden ingekort – dat scheelt zaagwerk en houdt de voegen gelijkmatig.
  • Oplegging controleren: de plaat moet volgens Scobalit rondom minimaal 30 mm opleggen of in het gerubberde aluminiumprofiel steken.
Schema: de hartafstand van hart profiel tot hart profiel volgt uit plaatbreedte plus systeemtoeslag
2

Platen voorbereiden: folie, weerzijde, kanaalafsluiting

Deze stap gebeurt op de grond, niet op het dak – en zij bepaalt of de kanalen droog blijven.

  • Beschermfolie alleen aan de randen losmaken – ongeveer 10 cm aan beide zijden. De rest blijft tot na de montage zitten, want de opdruk markeert de uv-beschermde zijde, die naar boven hoort. Polycarbonaat is eenzijdig uv-gestabiliseerd; alleen de kanaalplaat met 32 mm kanaalbreedte is aan beide zijden beschermd.
  • Bovenste kopse kant dicht afsluiten: beide fabrikanten zetten boven een dicht band plus profiel – bij VLF aluminiumtape, daaroverheen het ongeperforeerde aluminium afsluitprofiel; bij Scobalit het randafsluitband zonder membraan (bij acrylaat het alu-pet-laminaat), daaroverheen het aluminium U-profiel. Zo komen er noch vuil noch lucht in de kanalen.
  • Onderkant open laten – maar per systeem anders opgelost: onderaan mag nooit dicht worden afgeplakt, want condens uit de kanalen moet hier weer naar buiten. VLF/Salux plakt de onderkant helemaal niet af en drukt alleen het geperforeerde afsluitprofiel op de kanalen. Scobalit gebruikt ook onderaan hetzelfde aluminium U-profiel – daar neemt het randafsluitband met membraan de taak over: het houdt vuil en insecten buiten en laat vocht naar buiten.
  • Op maat zagen: fijngetande hand- of tafelcirkelzaag, de plaat vastzetten. Vervolgens het zaagsel met pers- of zuiglucht volledig uit de kanalen blazen – achteraf komt er niemand meer bij.
  • Tot de montage juist opslaan: vlak, geventileerd, nooit gestapeld in de volle zon – tussen gestapelde platen ontstaat een warmtestuwing die ze blijvend vervormt. Als afdekking zijn witte folie of stevig karton geschikt.
Kopse kant van een kanaalplaat wordt met aluminiumtape en afsluitprofiel gesloten
3

Onderprofielen uitlijnen en bevestigen

Nu ontstaat het raster op het dak. Het eerste profiel bepaalt de rooilijn van alle volgende – hier loont de controle met slaglijn en winkelhaak.

  • Randprofiel eerst, exact haaks op de onderkant uitgelijnd, daarna de middenprofielen op de berekende hartafstand.
  • Voorboren volgens systeemvoorschrift: Scobalit boort de onderprofielen van schroef-, thermo- en klemprofiel om de 35 cm afwisselend links en rechts voor met Ø 5 mm, de eerste boring na 8 cm. VLF DUO en Mendiger werken om de 40 cm met Ø 4,5 mm, het ECO-profiel wordt alleen aan beide uiteinden gefixeerd. Het dekprofiel A2 heeft helemaal geen onderprofiel – daar liggen oplegrubbers, en er wordt pas in het dekprofiel zelf geboord. De exacte waarden staan bij uw systeem.
  • Bevestigings- resp. afsluithoeken meteen aanbrengen – ze zijn later moeilijk bij te plaatsen, omdat de plaat eroverheen ligt.
  • Randafsluiting inschuiven: bij DUO en ECO worden de randafsluitrails in de kederkanalen geschoven – ze worden daarvoor met slechts één ingetrokken afdichting geleverd. Bij de Mendiger neemt een tweede afstandsprofiel de randafsluiting over, en wel zonder afdichting.
Aluminium onderprofiel wordt op het spant uitgelijnd en vastgeschroefd
4

Platen inleggen – met speling in alle richtingen

De plaat wordt niet ingeklemd, zij wordt ingelegd. Zij moet kunnen bewegen: ongeveer 5 mm per meter lengte werkt zij volgens VLF tussen een koude nacht en de zomerzon, en in de breedte net zo goed.

  • Uv-beschermde zijde naar boven – herkenbaar aan de opdruk op de folie. Verkeerd om gelegd vergeelt en verbrost de plaat binnen enkele jaren.
  • Midden tussen de profielen, bij de VLF-systemen met 5 mm afstand tot de middensteg respectievelijk tot het afstandsprofiel aan beide zijden. De plaat ligt daarbij op de afdichtingen van het onderprofiel.
  • Uitzetruimte bij de nok of muuraansluiting: omdat de stophoek de plaat aan de onderkant vasthoudt, verplaatst de volledige uitzetting zich naar boven. Bij 3 m plaatlengte is dat ongeveer 15 mm die daar vrij moet blijven.
  • Oplegging controleren voordat het bovendeel komt: ligt de plaat overal gelijkmatig, loopt de rooilijn parallel aan de middensteg? Nu is corrigeren nog gratis.
Kanaalplaat wordt met afstand tot de middensteg in het onderprofiel gelegd
5

Bovendeel sluiten – vastschroeven of klikken

Hier splitsen de systemen zich in twee families – en dit is de enige stap waarin ze echt van elkaar verschillen:

  • Geschroefde systemen (Scobalit schroef-, dek- en thermoprofiel, VLF DUO en ECO): het profielbovendeel wordt in het midden voorgeboord en op de middensteg van het onderprofiel vastgeschroefd – Scobalit om de 40 cm met Ø 7 mm, DUO om de 30 cm, ECO om de 80 cm. Slechts zo ver aandraaien tot de afdichting sluit.
  • Geklikte systemen (Scobalit PVC-klemprofiel, VLF Mendiger en Zevener Sprosse): het deksel wordt vastgeklikt in plaats van vastgeschroefd – bij de Mendiger met de rubberen hamer op het afstandsprofiel, bij het PVC-klemprofiel in de groef van het onderprofiel, en wel bij 10 mm platen in de tweede groef. Van bovenaf is daarna geen schroef meer zichtbaar.

Optioneel volgt bij het Scobalit schroef- en thermoprofiel het sierklemdeksel, dat de schroefrij afdekt. Dek- en klemprofiel kennen dat niet.

Profielbovendeel wordt op het onderprofiel gezet en in het midden vastgeschroefd
6

Stophoek, muuraansluiting en eindcontrole

De laatste handelingen houden de platen op hun plaats en maken de overgang naar het huis dicht:

  • Stophoek aan de onderkant – bij de VLF-systemen de afschuifbeveiliging aan het onderste profieluiteinde; Scobalit werkt in plaats daarvan met bevestigings- en afsluithoeken. De stophoek moet zo zitten dat ontstaand condens uit het profieluiteinde kan ontsnappen; wordt hij dicht aangezet, dan stuwt het water zich op in het profiel.
  • Muuraansluiting (VLF, voor alle profielen gelijk): ronde afdichting in het halfronde kanaal drukken, profiel met 50 cm schroefafstand aan de muur bevestigen, de bovenste verzegelingsrand aanvullend met siliconen afdichten. De brede lipafdichting wordt bij de profielranden zo ingesneden dat zij strak op plaat en profiel aansluit. Vooraf controleren: hebben de platen genoeg uitzetruimte naar de muur?
  • Alleen verenigbare afdichtingsmiddelen: siliconen moeten neutraal uithardend en kunststofbestendig zijn – azijnzuur uithardende producten tasten polycarbonaat en acrylaat aan.
  • Beschermfolie meteen volledig verwijderen – onder zonnestraling bakt de lijm vast en laat zich later nauwelijks nog restloos verwijderen. Reinigen gebeurt uitsluitend met mild zeepsop, spons en veel water, nooit met een hogedrukreiniger, borstel of schuurmiddelen.
Muuraansluitprofiel met lipafdichting boven de gelegde kanaalplaat

De negen profielsystemen in detail

Het verloop hierboven geldt voor alle systemen – hier staan de waarden die van elkaar verschillen. Welk profiel bij uw plaat hoort, staat bij het artikel; de gelinkte fabrikantenhandleiding is bij twijfel doorslaggevend.

Scobalit-profielsystemen Rastermaat altijd plaatbreedte + 28 mm

A1 schroefprofiel geschroefd

Hoogwaardig alu-alu-profiel voor 16 mm plaatdikte – het meest gemonteerde systeem.

  • Onderprofielen om de 35 cm afwisselend links en rechts voorboren (Ø 5 mm, eerste boring na 8 cm)
  • Bevestigingshoeken meteen aanbrengen
  • Profielbovendelen om de 40 cm in het midden voorboren (Ø 7 mm, eerste boring na 6 cm) en met het onderprofiel vastschroeven
  • Sierklemdeksel optioneel
Video bekijken

A2 dekprofiel geschroefd

Eenvoudig aluminiumprofiel voor 16 mm plaatdikte – de slanke variant zonder onderprofiel.

  • Oplegrubbers aanbrengen en fixeren – zij vervangen hier het onderprofiel
  • Eerste plaat aanbrengen en uitlijnen
  • Randprofiel om de 40 cm in het midden voorboren (Ø 7 mm, eerste boring na 8 cm), aanbrengen en vastschroeven
  • Volgende plaat aanleggen, middenprofiel op dezelfde manier plaatsen – tot de laatste plaat
  • Afsluithoeken tot slot van bovenaf aanbrengen

A3 thermoprofiel geschroefd

Het profiel met de beste thermische eigenschappen – voor 25 mm plaatdikte, ook in 16 mm verkrijgbaar.

  • Onderprofielen om de 35 cm afwisselend voorboren (Ø 5 mm, eerste boring na 8 cm), bevestigingshoeken meteen aanbrengen
  • Profielbovendelen en afstandsprofiel om de 40 cm in het midden voorboren (Ø 7 mm, eerste boring na 6 cm) en vastschroeven
  • Sierklemdeksel optioneel
  • Het afstandsstuk scheidt boven- en onderprofiel thermisch – het vermindert de koudebrug boven het spant
Video bekijken

A4 PVC-klemprofiel geklikt

Aluminium onderprofiel met pvc-klemdeksel – voor 10 of 16 mm plaatdikte, zonder zichtbare schroef van bovenaf.

  • Onderprofielen om de 35 cm afwisselend voorboren (Ø 5 mm, eerste boring na 8 cm), bevestigingshoeken meteen aanbrengen en vastschroeven
  • Platen aanbrengen en uitlijnen
  • Klemdeksel vastklikken – bij 10 mm platen in de tweede groef
Video bekijken

VLF/Salux-profielsystemen Hartafstand afhankelijk van het profiel + 20 tot 40 mm

DUO (aluminium) geschroefd

Klassiek boven- en onderprofiel. Hartafstand: plaatbreedte + 3 cm – bij een plaat van 98 cm dus 101 cm.

  • Onderprofiel om de 40 cm afwisselend naast de middensteg voorboren met Ø 4,5 mm, bevestigen met bolkopschroef A2 4,8 × 32 mm
  • Randafsluitrail in de kederkanalen inschuiven
  • Bovenprofiel om de 30 cm met zelftappende schroeven in de middensteg – als alternatief doorlopend met 6,5 × 75 mm tot in de onderconstructie (dan om de 30 cm met 8 mm voorboren)
  • Als alternatief in de oplegbandvariant: TPE-band fixeren, platen met 3 cm afstand in waterlooprichting leggen

ECO (aluminium) geschroefd

De smalste variant. Hartafstand: plaatbreedte + 2 cm – bij een plaat van 98 cm dus 100 cm.

  • Onderprofiel alleen aan beide uiteinden fixeren met één schroef 6,0 × 60 mm – daarvoor de afdichtring verwijderen en in de middensteg voorboren
  • Randafsluitrail in de kederkanalen inschuiven
  • Bovenprofiel om de 80 cm voorboren en met 6,0 × 60 mm A2 doorlopend in de houten onderconstructie schroeven
  • Stophoek met zelfborende A2-schroef 5,5 × 35 mm

MENDIGER (alu/kunststof) geklikt

Thermisch gescheiden via een afstandsprofiel. Hartafstand: plaatbreedte + 3 cm.

  • Onderprofiel om de 40 cm in het middelste kederkanaal voorboren met Ø 4,5 mm, bolkopschroef 4,8 × 32 mm
  • Afstandsprofielen met de juiste zijde naar boven inschuiven (let op de richtingspijl), aan de rand een tweede als afsluiting – deze rails komen zonder afdichting
  • Bovenprofiel met slangafdichting met de rubberen hamer vastklikken
  • Niet onder 5 °C leggen – voordelig zijn 10 °C of meer

ZEVENER SPROSSE (kunststof) geklikt

Tweedelig kunststofprofiel dat over de plaat wordt gestulpt. Hartafstand: plaatbreedte + 4 cm – bij een plaat van 98 cm dus 102 cm.

  • Sprosse over de lange zijden van de voorbereide plaat stulpen – 5 mm afstand tot het profiel houden, de tegenoverliggende zijde spiegelbeeldig aandrukken, zodat de profielen zich later in elkaar laten klikken
  • Elk tweede profiel – dat later op de onderconstructie ligt – om de 40 cm met Ø 5 mm voorboren
  • Eerste element uitlijnen en met 4,8 × 32 mm A2 vastschroeven, volgend element vastklikken en aan de andere zijde vastschroeven
  • Stophoek aan de onderkant (VLF-PAN Torx 4,8 × 60 mm), daarna de rechter en linker sprosse met de randlijst sluiten

ZEVENER SPROSSE WAND geklikt

De variant voor verticale vlakken en muuraansluitingen. Hartafstand eveneens plaatbreedte + 4 cm.

  • De randlijst zit vanwege de geometrie niet in het midden op de onderconstructie – houd daar bij het plaatsen van de stijlen rekening mee
  • Sprosse en hoekprofiel om de 40 cm met Ø 5 mm voorboren, bevestigen met 4,8 × 32 mm A2
  • Alle onderliggende aluminium afsluitprofielen om de 40 cm voorboren, zodat ontstaand condens kan weglopen
  • Gebruik voor de muuraansluiting de tweedelige muurlijst: onderste deel vastschroeven, bovenste deel eenvoudig aandrukken

Helemaal zonder montage-profiel?

Dat kan – maar alleen met platen die daarvoor gemaakt zijn: click-panelen worden via messing en groef in elkaar gezet en in de buitenste groef rechtstreeks vastgeschroefd, zonder voorboren. Klassieke kanaalplaten laten zich daarmee niet vervangen.

Naar de raadgever click-panelen

Meer video's over kanaalplaten

Video: A3 thermoprofielsysteem monteren
6:30

A3 thermoprofiel monteren

Het complete verloop met afstandsprofiel – voor 25 mm platen en iedereen die de koudebrug boven het spant wil verminderen.

Video: PVC-klemprofielsysteem A4 monteren
5:00

A4 PVC-klemprofiel monteren

Het systeem zonder zichtbare schroef: onderprofiel plaatsen, plaat inleggen, klemdeksel vastklikken.

Video: Raadgever lichtplaten – verschillen tussen kanaalplaten en meerwandige platen
2:55

Kanaalplaat of meerwandige plaat?

Opbouw, aantal kanalen en diktes in het kort – handig voordat u zich op een plaatdikte vastlegt.

Video: Verschillen kunststoffen bij lichtplaten en kanaalplaten
1:53

Pvc, polycarbonaat of acrylaat?

De materialen vergeleken: slagvastheid, gedrag bij hitte en lichtdoorlaat compact uitgelegd.

Alle video-instructies bekijken

Condens in de kanalen en hitte-ophoping

Twee onderwerpen zorgen bij kanaalplaten voor de meeste vragen – en een daarvan is helemaal geen gebrek.

Beslagen kanalen horen bij de constructie

Acrylaat en polycarbonaat zijn minimaal gas- en dampdoorlatend. Vochtige lucht komt daardoor in de kanalen en slaat bij temperatuurwisselingen neer – voorkomen laat zich dat niet, en het is geen reden tot reclamatie, omdat noch het materiaal noch de functie eronder lijdt. Dat zeggen beide fabrikanten in dezelfde bewoordingen. Doorslaggevend is dat het water er weer uit komt: bij vakkundige montage loopt het naar de onderkant af en verlaat het kanaal daar – bij VLF via het geperforeerde afsluitprofiel, bij Scobalit via het membraan van het randafsluitband. Het kanaal droogt uit. Precies daarom wordt de onderkant nooit dicht afgeplakt. Ook losse insecten in de kanalen zijn geen garantiegeval.

Hitte-ophoping: wat er onder de plaat gebeurt

  • Geen isolatie, geen gesloten beschot direct onder de plaat – en geen montage op een bestaand plafond.
  • Minimaal 40 cm afstand tot tussenplafonds en zonweringsvoorzieningen – afhankelijk van plaatkwaliteit, ruimtegrootte en ventilatie.
  • Achterventilatie volgens DIN 4108 (Scobalit). Bij open bouwwerken zoals een carport of pergola zijn bijzondere bouwkundige maatregelen niet nodig.
  • Vormstukken remmen de ventilatie – en dan geldt een vaste waarde: nokkappen, muur- en gevelaansluitingen sluiten de doorsnede af. VLF eist daarom ook bij een open terrasoverkapping bij een dakhelling van 7° tot 45° en 5 tot 10 m daklengte minimaal 300 cm² vrije doorsnede per strekkende meter bij de nok of de muuraansluiting. Plaats de vulstrook zo dat warme lucht kan ontsnappen, maar er geen slagregen terugloopt – als alternatief een zelfventilerende nok gebruiken.

Platen, profielen & toebehoren

Een kanaalplatendak bestaat uit drie componenten die bij elkaar moeten passen: plaat, profielsysteem en afsluitingen. De hoeveelheden levert de calculator hierboven:

Kanaalplaten

Dubbel-, drievoudige en vijfvoudige kanaalplaten van polycarbonaat en acrylaat, van 10 tot 32 mm – in de lengte op de centimeter nauwkeurig op maat gemaakt, tot 7,00 m.

Kanaalplaten bekijken

Montage-profielen

Rand- en middenprofielen in aluminium en kunststof, passend bij plaatdikte en systeem – geschroefd of om vast te klikken.

Profielen bekijken

Afsluitprofielen & banden

Geperforeerde en ongeperforeerde aluminium afsluitprofielen, aluminium U-profielen, randafsluitband met en zonder membraan, RVS-schroeven en stophoeken.

Toebehoren bekijken

Terrasoverkapping als compleet pakket

Platen, profielen en afsluitingen op elkaar afgestemd – voor iedereen die niet stuk voor stuk wil samenstellen.

Bouwpakketten bekijken

Platen samenvoegen

Hoe twee kanaalplaten veilig aan elkaar worden gezet en welke verbinding waarvoor deugt, laat de raadgever in detail zien.

Naar de raadgever

Alles uit één hand

Platen op maat, het passende profielsysteem en alle afsluitingen – in één levering, met de montagehandleiding bij het artikel.

Nu samenstellen

De zes meest gemaakte fouten – en hoe u ze voorkomt

Spanten op plaatbreedte gezet

Gevolg: de platen passen niet tussen de profielen – de complete onderconstructie moet worden teruggebouwd.

Altijd op hartafstand plannen: plaatbreedte plus systeemtoeslag, gemeten van hart profiel tot hart profiel.

Rechtstreeks door de plaat geschroefd

Gevolg: de stegen worden geplet, de uitzetting geblokkeerd – scheuren rond elke schroef, lekkages inbegrepen.

De plaat hoort in het profiel, er wordt uitsluitend in het profiel geschroefd. Achtergrond in het artikel Direct schroeven vermijden.

Kanaalafsluiting verkeerd om

Gevolg: wordt de onderkant dicht geplakt, dan blijft het condens in de kanalen staan – algen, strepen en een blijvend troebele plaat.

Boven dicht afsluiten. Onderaan moet het vocht eruit – bij VLF via het geperforeerde afsluitprofiel zonder band, bij Scobalit via het randafsluitband met membraan onder het aluminium U-profiel.

Geen uitzetruimte ingepland

Gevolg: de plaat loopt in de zomer tegen de nok of de muur aan, bolt op en drukt zich uit het profiel.

Ongeveer 5 mm per meter plaatlengte bij de nok of de muuraansluiting vrijlaten – de stophoek aan de onderkant bepaalt de richting.

Donkere spanten, isolatie er direct onder

Gevolg: hitte-ophoping onder de transparante plaat – vervormingen en scheuren precies boven de opleggingen.

Bovenkant van de spanten wit schilderen of met reflecterende tape afdekken, minimaal 40 cm afstand tot tussenplafonds houden.

Plaat verkeerd om gelegd

Gevolg: de eenzijdige uv-bescherming ligt onderaan – de plaat vergeelt en verbrost binnen enkele jaren.

De bedrukte beschermfolie toont de uv-zijde. Folie pas na de montage volledig verwijderen, maar dan wel meteen.

Originele montagehandleidingen als pdf

Alle waarden op deze pagina komen uit deze documenten. Bindend voor uw project is de handleiding die bij uw plaat en uw profielsysteem is gelinkt:

VLF / Salux – lichtplaten compleet

Het totaalwerk met alle VLF-profielsystemen: Zevener Sprosse (ook voor de wand), DUO, ECO en Mendiger, plus de algemene montage-aanwijzingen en de steunafstanden per plaattype.

Pdf openen

Scobalit A1 – schroefprofiel

Het alu-alu-profiel voor 16 mm platen: voorboorafstanden voor onder- en bovenprofiel, toebehorenlijst met artikelnummers en de steunafstanden per belasting.

Pdf openen

Scobalit A2 – dekprofiel

De slanke variant met oplegrubbers in plaats van een onderprofiel – inclusief de volgorde waarin platen en profielen afwisselend worden geplaatst.

Pdf openen

Scobalit A3 – thermoprofiel

Het thermisch gescheiden systeem voor 25 mm platen (ook in 16 mm): afstandsprofiel, boorafstanden en de passende rand- en middenprofielen.

Pdf openen

Scobalit A4 – PVC-klemprofiel

Voor 10 en 16 mm platen: onderprofiel vastschroeven, klemdeksel vastklikken – met de aanwijzing over de tweede groef bij dunne platen.

Pdf openen

Alle handleidingen – ook voor metalen platen, golfplaten en dakfolie – vindt u gebundeld op de downloadpagina.

Veelgestelde vragen (FAQ) over het leggen van kanaalplaten

Kan ik kanaalplaten rechtstreeks vastschroeven?

Nee. Een schroef dwars door de kanalen plet de stegen, dicht niet blijvend af en blokkeert de thermische uitzetting – rond elk gat ontstaan spanningsscheuren. Kanaalplaten worden in een montage-profiel gelegd, er wordt uitsluitend in het profiel geschroefd. Moet er constructief tóch worden geboord, dan wordt het gat volgens Scobalit ongeveer 50 % groter uitgevoerd dan de schroefschacht. Uitgebreid in het artikel Waarom direct schroeven vermeden moet worden.

Welke afstand hebben de spanten bij kanaalplaten nodig?

Gemeten wordt van hart profiel tot hart profiel, en die afstand is altijd groter dan de plaatbreedte: + 28 mm bij alle Scobalit-profielen (daar „rastermaat" genoemd), + 20 mm bij de VLF ECO, + 30 mm bij DUO en Mendiger, + 40 mm bij de Zevener Sprosse. Bij een 98 cm brede plaat in het DUO-profiel is dat 101 cm. De waarde voor uw combinatie levert de calculator op deze pagina.

Welke dakhelling hebben kanaalplaten nodig?

Dat hangt van de fabrikant af: Scobalit laat zijn meerwandige platen vanaf 7° toe (12,3 cm per meter), uitdrukkelijk ook in lager gelegen gebieden. VLF/Salux eist voor kanaalplaten minimaal 10°. Doorslaggevend is de handleiding van uw profielsysteem; wie met 10° plant, voldoet aan beide eisen. Voor enkelwandige lichtplaten noemt VLF 10° daarnaast als de helling vanaf waar een zelfreinigend effect merkbaar wordt.

Waarom beslaan de kanalen aan de binnenkant?

Omdat acrylaat en polycarbonaat minimaal gas- en dampdoorlatend zijn – vochtige lucht komt in de kanalen en condenseert bij temperatuurwisselingen. Dat is constructiebepaald, onvermijdelijk en geen reden tot reclamatie; materiaal en functie lijden er niet onder. Bij vakkundige montage loopt het condens naar de onderkant af en verlaat het kanaal daar – bij VLF via het geperforeerde afsluitprofiel, bij Scobalit via het membraan van het randafsluitband. Het kanaal droogt weer uit.

Moet ik beide kopse kanten van de plaat afplakken?

Nee – en juist hier gebeurt de meest gemaakte fout. De bovenste kopse kant wordt dicht afgesloten, de onderkant moet open blijven zodat condens kan afdruppelen. Hoe dat wordt opgelost, verschilt per fabrikant: bij VLF/Salux wordt boven met aluminiumtape afgeplakt en een ongeperforeerd afsluitprofiel aangedrukt, aan de onderkant komt er helemaal geen band maar alleen het geperforeerde profiel. Scobalit plakt beide kopse kanten af met randafsluitband – met membraan aan de onderkant, zonder membraan resp. als alu-pet-laminaat bij de nok – en sluit beide zijden met hetzelfde aluminium U-profiel af.

Hoe sterk zetten kanaalplaten uit?

VLF noemt als vuistwaarde ongeveer 5 mm per meter plaatlengte – een plaat van 4 m beweegt dus ongeveer 2 cm. Omdat de stophoek de plaat aan de onderkant vasthoudt, verplaatst de volledige uitzetting zich naar boven: de ruimte hoort bij de nok of de muuraansluiting. In de breedte werkt de plaat eveneens, vandaar de 5 mm afstand tot de middensteg aan beide zijden.

Waarmee zaag ik kanaalplaten op maat?

Met een fijngetande hand- of tafelcirkelzaag (VLF noemt een snel draaiende handcirkelzaag met metaalzaagblad), de plaat daarbij vastzetten. Doorslaggevend is het nawerk: het zaagsel moet met pers- of zuiglucht volledig uit de kanalen worden verwijderd, anders blijft het na de kanaalafsluiting voorgoed zichtbaar. Details in het artikel Kanaalplaten juist snijden.

Zijn kanaalplaten beloopbaar?

Nee. Er wordt uitsluitend gewerkt over een gewichtverdelende, gepolsterde loopplank – zonder die voorziening mag het dak niet worden betreden. Dat geldt ook voor latere reiniging en onderhoud. Bovendien zijn de montagesystemen niet zelfdragend: een draagkrachtige onderconstructie is altijd vereist.

Welk profielsysteem is het juiste voor mij?

Eerst beslist de plaatdikte: het PVC-klemprofiel dekt 10 en 16 mm af, schroef- en dekprofiel 16 mm, het thermoprofiel 25 mm (ook als 16 mm-versie). Daarna het uiterlijk en de inspanning: geschroefde systemen (schroef-, dek-, thermoprofiel, DUO, ECO) zijn minder gevoelig voor een onnauwkeurige onderconstructie, geklikte systemen (klemprofiel, Mendiger, Zevener Sprosse) komen zonder zichtbare schroef van bovenaf uit. Thermisch gescheiden profielen (thermoprofiel, Mendiger) verminderen de koudebrug boven het spant. Een overzicht van alle negen systemen vindt u hierboven.

Bij welke temperatuur mag ik kanaalplaten leggen?

VLF geeft voor het Mendiger-profiel uitdrukkelijk niet onder 5 °C aan, voordelig zijn 10 °C of meer. Voor enkelwandige lichtplaten noemt VLF vergelijkbare grenzen (polycarbonaat niet onder 6 °C, pvc niet onder 10 °C, voordelig vanaf 10 °C). Uit de praktijk: die ondergrens is ook voor de overige kanaalplaten-systemen een zinvolle richtlijn, omdat afdichtingen in de kou stug worden en de platen bij het inleggen in rustmaat moeten liggen.

Kan het ook zonder montage-profielen?

Alleen met platen die daarvoor geconstrueerd zijn: click-panelen worden via messing en groef in elkaar gezet en in de buitenste groef rechtstreeks vastgeschroefd – zonder voorboren, zonder profielsysteem. Klassieke kanaalplaten laten zich daarmee niet vervangen, die hebben dwingend een profiel nodig. De vergelijking staat in het artikel Kanaalplaten zonder montage-profielen.

Platen, profielen en afsluitingen in één levering

Kanaalplaten van polycarbonaat en acrylaat, in de lengte op de centimeter nauwkeurig op maat gemaakt tot 7,00 m – plus het passende montage-profiel, afsluitprofielen, randafsluitband en bevestiging. U kiest plaat en systeem, wij stellen samen wat erbij hoort.

Onze kanaalplaten

Laatste update: 31. juli 2026
Technisch gecontroleerd door: Grimberg GmbH (Contact)