Vakman hangt een dakgoot in de gemonteerde gootbeugels van een carport
Montagehandleiding
Dakgoot monteren
in 6 stappen

PVC of staal, gelijmd of geklemd – het complete verloop met de originele waarden van Plastmo en Plastal.

Beugelafstand max. 60 cm Afschot richting uitlaat Beide systemen worden gelijmd

Dakgoot monteren: stap-voor-stap handleiding voor PVC- en stalen goten

Deze handleiding voert u door de complete montage – van de beugels via het afschot tot de regenpijp. Zij dekt de twee systemen waarvoor uitgeschreven fabrikantshandleidingen bestaan: de PVC-goot van Plastmo en de stalen goot van Plastal. Voor de stalen en titaanzinken goten van Niagara ligt de originele handleiding van de fabrikant (Polmetal, bakgoot) eveneens op onze downloadpagina. Het verloop lijkt op elkaar, maar op meerdere punten verschillen de fabrikanten wezenlijk – bij de volgorde van het uitlaatstuk, bij het type gootbeugel en bij de vraag wat er wordt gelijmd en wat niet. Alle waarden komen uit de originele montagehandleidingen; waar de opgaven elkaar tegenspreken, staat dat er uitdrukkelijk bij.

max. 60 cm
Afstand van de gootbeugels – kleiner bij hoge sneeuwlast
2 mm/m
Afschot richting uitlaat – fabrikantwaarde van beide systemen, in de praktijk plannen wij tot 3 mm/m
5 punten zonder lijm
Uitlaatstuk, expansiestuk, pijpbeugels, steekverbindingen aan de regenpijp en de gootbeugels zelf
min. 2,5 cm
Uitzetruimte tot balk, dakrand en muur – de goot moet kunnen werken
Maurice Grimberg
Directeur
„De meeste lekkende dakgoten zijn niet kapot – zij zijn verkeerd gelijmd. Bij het kunststofsysteem hoort lijm aan het verbindingsstuk, de hoekstukken, de einddeksels, de bovenste regenpijpbocht en het uitloopstuk helemaal onderaan. Aan het uitlaatstuk en aan het expansiestuk hoort hij uitdrukkelijk niet, want juist daar moet de goot kunnen bewegen. Wie die dichtlijmt, heeft de volgende zomer een kromgetrokken goot. En de tweede klassieker: afschot vergeten. Twee millimeter per meter is genoeg, maar ze moeten er zijn.“

PVC of staal? De systemen in beeld

Video: Raadgever dakgoten – verschillen tussen regengoten van PVC en staal
2:24

De materiaalvraag in tweeënhalve minuut

Voordat u met de montage begint, staat de keuze: PVC of staal. De video toont de verschillen in verwerking, uiterlijk en levensduur – en maakt duidelijk waarom de montagestappen van beide systemen op enkele punten uiteenlopen. De uitgebreide vergelijking vindt u verderop op deze pagina.

Gereedschap & materiaal: dit heeft u nodig

Gereedschap

  • Spandraad en waterpas – zonder strak gespannen draad wordt het afschot nooit gelijkmatig
  • Fijngetande zaag voor goot en regenpijp; bij staal daarnaast een plaatschaar voor de fijne snede
  • Vijl of ontbramer – snijranden worden altijd ontbraamd, anders beschadigen zij de rubberen afdichting
  • Gatenzaag of decoupeerzaag voor de uitlaatopening, wanneer die in de gemonteerde goot wordt gezaagd
  • Tang of bankschroef voor het buigen van de universele gootbeugels – Plastal schrijft uitdrukkelijk voor alleen bij kamertemperatuur te buigen
  • Accuschroevendraaier voor beugels, klemmen en afstandhouders

Materiaal

  • Dakgoot in 100 tot 190 mm – de maat richt zich naar het dakoppervlak; PVC is gestaffeld in 100, 125 en 150 mm, staal en titaanzink in 125, 150 en 190 mm
  • Gootbeugels: bij Plastmo beugels voor spant of boeiboord, bij Plastal universele gootbeugels of console-gootbeugels – die twee worden verschillend uitgelijnd
  • Verbindingsstukken, buiten- en binnenhoeken, einddeksels, uitlaatstukken passend bij het systeem
  • Regenpijp, bochten, pijpbeugels en afstandhouders in 75 tot 150 mm, passend bij de gekozen gootmaat
  • Systeemlijm – alleen de lijm die bij het systeem hoort; Plastal geeft voor zijn MS-polymeerlijm 12 maanden vanaf productiedatum aan, luchtdicht verpakt en droog bewaard bij 5 tot 25 °C
  • Expansiestuk bij lange gootlengtes – het bestaat in twee uitvoeringen, met en zonder doorloop

Gootbeugels, gootlengte en regenpijp berekenen

De drie waarden die u vóór de bestelling nodig heeft: het aantal gootbeugels (afstand maximaal 60 cm), de gootlengte en het aantal pijpbeugels aan de regenpijp. De calculator rekent met de beugelafstand van 60 cm die beide fabrikanten voorschrijven; de afstand tussen de pijpbeugels is onze praktijkwaarde:

Gootbeugels
Gootlengte
Totale lengte regenpijp
Pijpbeugels

Berekend met een beugelafstand van 60 cm plus één beugel aan het begin. Bij hoge sneeuwlast de afstand verkleinen. De afstand van ongeveer 2 m tussen de pijpbeugels is onze praktijkwaarde, minimaal twee per regenpijp – boven direct onder de bocht en onder boven de uitloop; Plastal noemt daarvoor twee beugels per meter regenpijp.

Welke gootmaat bij uw dakoppervlak past, laat de maatwijzer op de dakgoten-informatiepagina zien.

Gootmaat naar dakoppervlak

Deze indeling komt uit de afwateringstabel van Plastmo (bij 75 mm neerslag per uur) en geldt voor het PVC-systeem. Stalen en titaanzinken goten zijn anders gestaffeld – 125, 150 en 190 mm met regenpijpen van 90 tot 150 mm; een regenpijp Ø 110 mm is er uitsluitend in PVC. Doorslaggevend blijft de afwateringsberekening voor uw dak:

  • Goot 100 mm met regenpijp 75 mm – kleine daken zoals tuinhuis, aanbouw, smalle carport
  • Goot 125 mm met regenpijp 90 mm – de standaard voor carport, garage en normale woningdaken
  • Goot 150 mm met regenpijp 110 mm – grote dakvlakken en hallen

Wanneer heb ik een expansiestuk nodig?

Plastmo noemt de voorwaarde in twee documenten verschillend. Het bijblad vraagt om een expansiestuk wanneer er meer dan 18 m tussen twee regenpijpen ligt en het uitlaatstuk onvoldoende uitzetting waarborgt – of wanneer er meer dan 8 m tussen twee hoekstukken ligt. De montagehandleiding van dezelfde fabrikant noemt daarvoor 15 m tussen de uitlaatstukken respectievelijk 6 m tussen twee dakhoeken. Wij houden de kleinste waarden aan.

In de adviespraktijk noemen wij 10 tot 12 m als vuistregel vanaf wanneer u over een expansiestuk gaat nadenken – dat is onze aanbeveling, geen fabrikantopgave. Het bestaat in twee uitvoeringen: zonder doorloop (scheidt twee gootdelen) en met doorloop. De goot mag volgens het bijblad hoogstens 9 m links en rechts van het expansiestuk worden gefixeerd.

Dakgoot monteren in 6 stappen

1

Plannen: gootmaat, positie van de regenpijp, richting van het afschot

Voordat de eerste beugel zit, liggen drie dingen vast – correcties kosten later materiaal:

  • Gootmaat naar dakoppervlak: in het PVC-systeem 100, 125 of 150 mm met regenpijp 75, 90 of 110 mm; in staal en titaanzink 125, 150 of 190 mm met regenpijp 90 tot 150 mm. De indeling vindt u in het gedeelte hierboven.
  • Positie van de regenpijp bepalen: die bepaalt het laagste punt van de goot. Bij twee regenpijpen loopt het afschot vanuit het midden naar beide zijden.
  • Afschot: 2 mm per meter richting uitlaat – zo noemen Plastmo („ca. 2 cm afloop per 10 m“) en Plastal („ca. 2 mm p/m“) het overeenstemmend. In de praktijk plannen wij tot 3 mm per meter in, zodat toleranties bij het uitlijnen niet ten koste van het afschot gaan. Bij 8 m gootlengte is dat 16 tot 24 mm hoogteverschil tussen de eerste en de laatste beugel.
  • Expansiestuk inplannen, wanneer er meer dan 18 m tussen twee regenpijpen ligt en het uitlaatstuk de uitzetting niet opneemt – of wanneer er meer dan 8 m tussen twee hoekstukken ligt. De Plastmo-montagehandleiding noemt daarvoor afwijkend 15 m respectievelijk 6 m; wij houden de kleinste waarden aan.
Dakrand van een carport met ingemeten afschotlijn voor de dakgoot
2

Gootbeugels monteren – twee werkwijzen, afhankelijk van het type

Hier scheiden zich de wegen, en wel binnen hetzelfde systeem: Plastal heeft twee typen beugels met twee verschillende werkwijzen.

Universele gootbeugels

Het afschot ontstaat door de beugels te buigen: alle beugels worden op gelijke hoogte bevestigd en daarna verschillend sterk gebogen – met een tang of in de bankschroef, het buigpunt minstens 10 mm boven de verbindingsklinknagel van de beugel. Plastal schrijft uitdrukkelijk voor: alleen bij kamertemperatuur buigen.

Console-gootbeugels

Worden net als bij het PVC-systeem op de draad uitgelijnd – gespannen van de laagste beugel bij het uitlaatstuk tot de laatste console bij de hoek dan wel op het hoogste punt. Niet buigen.

  • Afstand maximaal 60 cm – bij hoge sneeuwlast kleiner. De eerste en de laatste beugel zitten dicht bij de gooteinden.
  • Draad spannen: van het hoogste naar het laagste punt, met het ingeplande afschot (fabrikantwaarde 2 mm per meter, in de praktijk tot 3 mm). Alle beugels richten zich daarnaar.
  • Beugels worden nooit gelijmd – zij worden geschroefd. De goot moet erin kunnen bewegen.
Gootbeugels worden langs een gespannen draad met afschot op het boeiboord bevestigd
3

Uitlaatstuk plaatsen – de volgorde verschilt per fabrikant

Er is geen algemeen geldende volgorde – de twee fabrikanten doen het precies andersom:

Plastmo (PVC)

Het uitlaatstuk komt als allereerste stap – nog vóór de beugels. De goot wordt daarna volgens de temperatuurschaal in het uitlaatstuk gezet, uitdrukkelijk zonder lijm.

Plastal (staal)

De montage van het uitlaatstuk volgt na het inhangen van de goot – de opening wordt in de reeds gemonteerde goot gezaagd en het uitlaatstuk van onderen vastgeklemd.

  • Opening netjes uitzagen en ontbramen – scherpe randen beschadigen de afdichting en houden blad vast.
  • Het uitlaatstuk wordt niet gelijmd – bij geen van beide systemen. Plastmo verbiedt lijm op deze verbinding uitdrukkelijk, bij Plastal houdt het uitlaatstuk via de plaatverlengingen die in de goot worden gebogen.
Geplaatst uitlaatstuk in een dakgoot boven de aansluiting van de regenpijp
4

Goot inhangen, verbinden en lijmen

Nu komt de goot in de beugels – en hier beslist zich de waterdichtheid. De lijmstroken zijn daarbij precies voorgeschreven:

  • Gootverbindingsstuk: vier lijmstroken van elk ca. 0,5 cm breed, plus de stootnaad vullen.
  • Buiten- en binnenhoeken: twee lijmstroken per hoekstuk, eveneens ca. 0,5 cm, plus stootnaad.
  • Einddeksel: één lijmstrook, ca. 0,5 cm, plus stootnaad.
  • Uitzetruimte minimaal 2,5 cm tot de laatste balk of plank aan het gooteinde, tot dakranden en tot de muur – de goot zet uit met de temperatuur, en die ruimte is haar bewegingsruimte. Aan het gootverbindingsstuk is juist géén spleet voorzien: daar wordt de stootnaad met lijm gevuld, en het verbindingsstuk zit minstens 10 cm van de dichtstbijzijnde gootbeugel.
  • Let op de houdbaarheid van de lijm: Plastal noemt 12 maanden vanaf productiedatum bij luchtdichte, droge opslag tussen 5 en 25 °C. Oude lijm hecht niet meer betrouwbaar.
Lijmstroken in het gootverbindingsstuk vóór het plaatsen van de dakgoot
5

Regenpijp monteren

Van het uitlaatstuk tot de grond – met één lijmpunt dat vaak over het hoofd wordt gezien:

  • De bovenste regenpijpbocht wordt aan het uitlaatstuk vastgelijmd – dit lijmpunt ontbreekt in de meeste opsommingen, maar hoort erbij. Ook het uitloopstuk aan de onderzijde van de regenpijp wordt gelijmd.
  • De bovenste afstandhouder zit direct onder de bocht, en de pijpbeugel wordt daaromheen gespannen.
  • Verdere beugels op een afstand van ongeveer 2 m – onze praktijkwaarde; Plastal noemt twee beugels per meter regenpijp –, maar minimaal twee per regenpijp. Tussen twee bochten hoort minstens 60 cm verticale regenpijp.
  • Steekverbindingen aan de regenpijp blijven ongelijmd – net als de pijpbeugels. De pijp moet in de lengte kunnen bewegen.
Regenpijp met bovenste bocht, afstandhouder en pijpbeugel aan de gevel
6

Waterproef en eindcontrole

De laatste stap duurt tien minuten en bespaart u in het ergste geval een demontage:

  • Waterproef met de tuinslang: op het hoogste punt water laten inlopen en kijken of het volledig naar de uitlaat loopt. Stilstaand water betekent: afschot bijstellen.
  • Alle lijmpunten controleren – verbindingsstukken, hoekstukken, einddeksels, de bovenste regenpijpbocht en het uitloopstuk.
  • Uitzetruimte controleren: blijft er tot de laatste balk of plank aan het gooteinde, tot dakranden en tot de muur overal minstens 2,5 cm vrij?
  • Goot uitruimen: zaagsel en montageresten verwijderen – anders belanden die als eerste in de regenpijp.
Waterproef aan de gemonteerde dakgoot met de tuinslang

PVC of staal: de systemen vergeleken

Plastmo – PVC

  • Licht, corrosievrij, eenvoudig te zagen – ook voor ongeoefenden goed te monteren
  • Uitlaatstuk eerst, dan de beugels, dan de goot – die wordt volgens de temperatuurschaal van het uitlaatstuk ingezet en daar niet gelijmd
  • Volgens de fabrikant kan van rubberen afdichtingen worden afgezien – in het programma zit desondanks een gootverbindingsstuk met rubberen afdichting (productoverzicht nr. 10)
  • Lijmstroken exact vastgelegd: vier op het verbindingsstuk, twee op het hoekstuk, één op het einddeksel

Plastal – staal

  • Steviger en vormvaster, met een coating van gemodificeerd polyamide op polyurethaanbasis, vrij van schadelijke chemische stoffen
  • Twee typen beugels: universele gootbeugels (gebogen) en console-gootbeugels (op de draad uitgelijnd)
  • Uitlaatstuk pas na het inhangen – de opening wordt in de gemonteerde goot gezaagd, het uitlaatstuk van onderen vastgeklemd
  • Visueel dichter bij het klassieke zinken dak, in meerdere kleuren verkrijgbaar

Wat wordt gelijmd – en wat niet

De meest voorkomende oorzaak van lekkende of kromgetrokken goten is een verkeerd lijmpunt. Daarom hier beide lijsten volledig:

Wordt gelijmd

  • Gootverbindingsstuk – vier lijmstroken à ca. 0,5 cm plus stootnaad
  • Buiten- en binnenhoeken – twee lijmstroken plus stootnaad
  • Einddeksels – één lijmstrook plus stootnaad
  • Bovenste regenpijpbocht aan het uitlaatstuk – het vaakst vergeten punt
  • Uitloopstuk aan de onderzijde van de regenpijp

Wordt niet gelijmd

  • Uitlaatstuk – Plastmo verbiedt lijm daar uitdrukkelijk, Plastal klemt het uitlaatstuk vast
  • Expansiestuk – dat is het uitzetpunt van de goot (zie de waarschuwing in stap 4)
  • Pijpbeugels aan de regenpijp
  • Steekverbindingen aan de regenpijp
  • Gootbeugels – die worden geschroefd, de goot ligt er beweeglijk in

Goten, regenpijpen & toebehoren

Alles wat bij een complete dakafwatering hoort – de hoeveelheden levert de calculator hierboven:

Dakgoten & losse delen

Goten in 100 tot 190 mm, plus beugels, verbindingsstukken, hoekstukken, einddeksels en uitlaatstukken – in PVC, staal en titaanzink, halfrond of als bakgoot.

Losse delen bekijken

Voordeelpakketten

Kant-en-klaar samengestelde sets voor gangbare gootlengtes – goot, beugels, verbindingsstukken, regenpijp en toebehoren in één pakket.

Voordeelpakketten bekijken

Regenpijpen & beugels

Regenpijpen in 75 tot 150 mm, plus bochten, pijpbeugels en afstandhouders – passend bij de gekozen gootmaat. Ø 110 mm is er uitsluitend in PVC.

Regenpijpen bekijken

Systeemlijm

De lijm die bij het systeem hoort – Plastal noemt 12 maanden vanaf productiedatum, dus liever vers meebestellen.

Lijm bekijken

Bijpassend dak

De goot komt zelden alleen: damwandplaten, golfplaten en lichtplaten maken wij op de centimeter nauwkeurig op maat.

Metalen platen bekijken

Alles uit één hand

Goot, beugels, regenpijp en lijm – op elkaar afgestemd in één levering, passend bij uw gootlengte.

Nu samenstellen

De zes meest gemaakte fouten – en hoe u ze voorkomt

Geen afschot ingepland

Gevolg: water blijft in de goot staan, blad hoopt zich op, in de winter bevriest het stilstaande vocht.

2 mm per meter richting uitlaat eisen beide fabrikanten, in de praktijk plannen wij tot 3 mm – met een gespannen draad inmeten, niet op het oog.

Expansiestuk vastgelijmd

Gevolg: het uitzetpunt is geblokkeerd – de goot trekt krom of scheurt op een andere plek open.

Het expansiestuk nooit lijmen. De LET OP-zin in het bijblad slaat op de einddeksels, niet op het onderdeel.

Bovenste regenpijpbocht niet gelijmd

Gevolg: de bocht schuift na verloop van tijd van het uitlaatstuk – het water loopt langs de gevel naar beneden.

De bovenste bocht hoort bij de vijf lijmpunten – hij wordt aan het uitlaatstuk vastgelijmd.

Beugelafstand te groot

Gevolg: de goot zakt tussen de beugels door – uiterlijk de eerste sneeuwlast vervormt haar blijvend.

Maximaal 60 cm, bij hoge sneeuwlast kleiner. Eerste en laatste beugel dicht bij de gooteinden.

Uitzetruimte vergeten

Gevolg: de goot stoot in de zomer tegen het boeiboord of de muur, bolt op en springt uit de beugels.

Tot de laatste balk of plank aan het gooteinde, tot dakranden en tot de muur minstens 2,5 cm ruimte laten – dat is fabrikantstekst, geen aanbeveling.

Werkwijzen van de beugeltypen verwisseld

Gevolg: console-gootbeugels laten zich niet zinvol buigen – wie het probeert, beschadigt beugel en coating. En wie universele gootbeugels verwarmt in plaats van ze bij kamertemperatuur te buigen, werkt tegen het voorschrift van de fabrikant in.

Universele gootbeugels worden gebogen, console-gootbeugels op de draad uitgelijnd – beide werkwijzen staan in stap 2.

Originele montagehandleidingen als pdf

Alle waarden op deze pagina komen uit deze documenten. Bindend voor uw project is de handleiding bij uw systeem:

Plastmo – montagehandleiding PVC

Het complete verloop van het kunststofsysteem: uitlaatstuk eerst, beugelafstanden, lijmstroken per onderdeel en de montage van de regenpijp.

Pdf openen

Plastmo – bijblad expansiestuk

De twee uitvoeringen met en zonder doorloop, de voorwaarden van 18 m en 8 m, de fixatie van hoogstens 9 m per zijde en de makkelijk verkeerd te lezen lijmzin die wij hierboven duiden.

Pdf openen

Plastal – montagehandleiding staal

Het stalen systeem: universele en console-gootbeugels met hun twee werkwijzen, montage van het uitlaatstuk na het inhangen en de gegevens over de coating.

Pdf openen

De originele handleiding voor de Niagara-bakgoot staat op onze downloadpagina voor dakgoten; alle overige handleidingen – ook voor metalen platen, lichtplaten en dakfolie – vindt u gebundeld op de downloadoverzicht.

Veelgestelde vragen (FAQ) over de montage van dakgoten

Hoeveel afschot heeft een dakgoot nodig?

2 mm per meter richting uitlaat – zo staat het bij Plastmo („ca. 2 cm afloop per 10 m“) en bij Plastal („ca. 2 mm p/m“). In de praktijk plannen wij tot 3 mm per meter in; bij 8 m gootlengte is dat 16 tot 24 mm hoogteverschil tussen de hoogste en de laagste beugel. Inmeten doet u met een gespannen draad, niet op het oog – zonder afschot blijft het water in de goot staan, hoopt blad zich op en bevriest het stilstaande vocht in de winter.

Op welke afstand komen de gootbeugels?

Maximaal 60 cm – bij hoge sneeuwlast navenant kleiner. De eerste en de laatste beugel zitten dicht bij de gooteinden. Het exacte aantal voor uw gootlengte levert de calculator op deze pagina.

Wat wordt bij de dakgoot gelijmd – en wat niet?

Gelijmd worden: het gootverbindingsstuk, de buiten- en binnenhoeken, de einddeksels, de bovenste regenpijpbocht aan het uitlaatstuk en het uitloopstuk aan de onderzijde van de regenpijp. Niet gelijmd worden: het uitlaatstuk zelf, het expansiestuk, de pijpbeugels, de steekverbindingen aan de regenpijp en de gootbeugels. De volledige lijsten staan in het gedeelte Wat wordt gelijmd – en wat niet.

Hoeveel lijmstroken komen er op een verbindingsstuk?

Plastmo noemt drie verschillende hoeveelheden, alle met een breedte van ca. 0,5 cm: vier stroken op het gootverbindingsstuk, twee op de buiten- en binnenhoeken, één op het einddeksel – en telkens daarnaast de stootnaad vullen.

Mag ik het expansiestuk vastlijmen?

Nee. De formulering in het bijblad leidt wel makkelijk op een dwaalspoor: daar staat „LET OP! Beide gooteinden in het expansiestuk vastlijmen“. Bedoeld zijn de einddeksels aan beide goten – stap 1 van hetzelfde blad schrijft precies dat, en de Engelse versie eveneens. Het onderdeel zelf blijft ongelijmd; de Plastmo-montagehandleiding zegt uitdrukkelijk: „Gebruik geen lijm bij het monteren van het expansiestuk!“ Wie de zin op het expansiestuk betrekt, lijmt precies het punt dicht dat de uitzetting moet opnemen.

Wanneer heb ik een expansiestuk nodig?

Het Plastmo-bijblad noemt twee gevallen: meer dan 18 m tussen twee regenpijpen in combinatie met een uitlaatstuk dat onvoldoende uitzetting waarborgt – of meer dan 8 m tussen twee hoekstukken. De Plastmo-montagehandleiding noemt voor dezelfde vraag 15 m tussen de uitlaatstukken respectievelijk 6 m tussen twee dakhoeken; wij houden de kleinste waarden aan. In de adviespraktijk noemen wij 10 tot 12 m als vuistregel vanaf wanneer u daarover zou moeten nadenken – dat is onze aanbeveling, geen fabrikantopgave. Het expansiestuk bestaat in twee uitvoeringen, met en zonder doorloop; de goot mag hoogstens 9 m per zijde worden gefixeerd.

Ontstaat het afschot door buigen of door de draad?

Dat hangt af van het type beugel: universele gootbeugels worden op gelijke hoogte bevestigd en daarna verschillend sterk gebogen – met een tang of in de bankschroef, het buigpunt minstens 10 mm boven de verbindingsklinknagel en uitdrukkelijk alleen bij kamertemperatuur. Console-gootbeugels worden daarentegen op de draad uitgelijnd – gespannen van de laagste beugel bij het uitlaatstuk tot de laatste console bij de hoek dan wel op het hoogste punt. Bij het PVC-systeem loopt het eveneens via de draad.

Komt het uitlaatstuk vóór of na de goot?

Dat is afhankelijk van de fabrikant – er is geen algemene regel. Plastmo plaatst het uitlaatstuk als allereerste stap, nog vóór de beugels. Plastal voert de montage van het uitlaatstuk pas na het inhangen van de goot uit, omdat de opening in de reeds gemonteerde goot wordt gezaagd en het uitlaatstuk van onderen wordt vastgeklemd. Gelijmd wordt het uitlaatstuk in geen van beide systemen. Houd u aan de handleiding bij uw systeem.

Welke gootmaat heb ik nodig?

Als oriëntatie: goot 100 mm met regenpijp 75 mm voor kleine daken zoals een tuinhuis of smalle aanbouw, 125 mm met 90 mm als standaard voor carport, garage en normale woningdaken, 150 mm met 110 mm voor grote vlakken en hallen. Deze staffeling hoort bij het PVC-systeem; stalen en titaanzinken goten lopen met 125, 150 en 190 mm en regenpijpen van 90 tot 150 mm. Doorslaggevend is de afwateringsberekening voor uw concrete dakoppervlak – de maatwijzer op de informatiepagina helpt bij de indeling.

Hoeveel uitzetruimte moet ik laten?

Minimaal 2,5 cm tot de laatste balk of plank aan het gooteinde, tot dakranden en tot de muur – zo staat het bij Plastmo, in de montagehandleiding zoals in het bijblad bij het expansiestuk. De goot zet uit met de temperatuur, en die ruimte is haar bewegingsruimte. Wordt zij te krap bemeten, dan loopt de goot in de zomer aan, bolt op en kan uit de beugels springen. Aan het gootverbindingsstuk is daarentegen géén spleet voorzien: daar wordt de stootnaad met lijm gevuld, en het verbindingsstuk zit minstens 10 cm van de dichtstbijzijnde gootbeugel.

Hoe lang is de systeemlijm houdbaar?

12 maanden vanaf productiedatum – zo geeft Plastal het voor zijn MS-polymeerlijm aan, bij luchtdichte, droge opslag tussen 5 en 25 °C. Bestel de lijm daarom passend bij de montage mee – aangebroken of te lang bewaarde verpakkingen hechten niet meer betrouwbaar, en de lijmpunten zijn juist de plekken waar de goot dicht moet zijn.

Hoe controleer ik of de goot goed gemonteerd is?

Met een waterproef: laat op het hoogste punt water uit de tuinslang inlopen en kijk of het volledig naar de uitlaat loopt. Blijft er water staan, dan klopt het afschot niet. Controleer daarnaast alle lijmpunten en de afstanden tot de laatste balk of plank aan het gooteinde, tot dakranden en tot de muur – en ruim zaagsel en montageresten uit de goot voordat die in de regenpijp belanden.

Goot, regenpijp en toebehoren in één levering

Dakgoten in PVC, staal en titaanzink, halfrond of als bakgoot, in 100 tot 190 mm – plus beugels, verbindingsstukken, hoekstukken, einddeksels, uitlaatstukken, regenpijpen en systeemlijm. Als losse delen of als kant-en-klaar voordeelpakket voor uw gootlengte.

Onze dakgoten

Laatste update: 19. augustus 2026
Technisch gecontroleerd door: Maurice Grimberg, directeur (Contact)