in 6 stappen
Het klassieke sinusprofiel van de eerste plaat aan de windveer tot het nokprofiel – met de originele waarden van Weckman, niet met vuistregels uit een forum.
Golfplaten leggen: stap-voor-stap handleiding voor het sinusprofiel
Deze handleiding leidt u door het complete verloop: van de onderconstructie via de eerste plaat aan de windveer tot verschroeving, naden en zetwerk. Alle waarden – dakhellingen, overlappingen, oplegbreedtes, bevestigingsregels – komen uit de originele montagehandleiding van Weckman voor sinus- en trapeziumprofielen volgens de IFBS-vakregels voor de metalen lichtbouw. De passende golfplaten maken wij tot op de centimeter op maat – ideaal voor banen in één stuk van druiplijst tot nok. Af fabriek gesneden kanten zijn afgewerkt en hoeven niet te worden nabehandeld; alleen sneden op de bouwplaats hebben wat reparatieverf nodig.
Op deze pagina
"De meest gemaakte golfplaatfout komt van de damwandplaat: daar wordt graag in het dal geschroefd – en precies zo doen velen het dan ook bij het sinusprofiel. Op het dak hoort de golfplaatschroef echter met een kalot op de golfberg. In het golfdal loopt het water, en elke schroef daar is een mogelijke lekplek. De dalverschroeving is bij de golfplaat voorbehouden aan de gevel."
Gereedschap & materiaal: dit heeft u nodig
Gereedschap
- Knabbelschaar, elektrische of handblikschaar, decoupeerzaag voor zaagsneden – vonkvrije koude snijmethoden, zonder warmteontwikkeling
- Accuschroevendraaier met koppelinstelling of diepteaanslag – afdichtringen mogen niet worden geplet
- Krijtlijn, rolmaat, winkelhaak om de druiplijstlijn uit te zetten en de eerste plaat uit te lijnen
- Zachte handveger – boorspanen moeten direct van het vlak, anders ontstaat vliegroest
- Loopplanken – het dakvlak wordt uitsluitend met lastverdelende planken betreden
Materiaal
- Golfplaten op maat – idealiter in één stuk van druiplijst tot nok
- RVS-schroeven met afdichtring passend bij de onderconstructie: grofdraad voor hout, boorpunt met fijndraad voor staal. Richtwaarde voor de diameter volgens Weckman: 6,5 mm
- Kalotten voor de dakbevestiging op de golfberg – als drukverdeler en afdichting
- Kitband (butyl) voor zijdelingse overlappingen onder 10° en dwarsnaden tot 7° dakhelling
- Vulstroken, nok-, windveer- en druiplijstprofielen uit het toebehoren en het zetwerk
Banen, bestellengte & schroeven berekenen
Doorslaggevend is de werkende breedte van uw profiel – de bruikbare breedte na de zijdelingse overlapping. Bij het 18/76-sinusprofiel is dat 1064 mm, bij het wandprofiel PF25W 1080 mm (plaatbreedte 1114 mm). De rekenhulp deelt de dakbreedte door de werkende breedte en rondt af op hele banen – precies zoals de fabrikant het voorschrijft. Het aantal schroeven volgt de Weckman-regel één schroef per golfberg op elk oplegpunt; daarom heeft de rekenhulp ook de afstand van uw latten of gordingen nodig.
De bestellengte bevat 3 cm toeslag voor de overstek in de dakgoot. Zonder constructieve berekening is aan de druiplijst maximaal 200 mm vrije overstek toegestaan (staal; bij aluminium 50–100 mm).
De rekenhulp geeft een snelle richting. Bindend voor aantal en maat van de bevestigingsmiddelen is altijd de bevestigingsberekening van uw constructeur – voor de volledige planning met zetwerk en toebehoren gebruikt u de planner.
Dak: golfberg met kalot
Er wordt op de golf geschroefd, met een kalot als drukverdeler en een E16-afdichtring – de RVS-schroef moet daarbij golfhoogte, kalot en inschroefdiepte overbruggen. De schroef zit buiten de waterloop: de beste afdichting en het kleinste corrosierisico.
Weckman adviseert voor dakvlakken uitdrukkelijk deze variant. Als alternatief is de golfberg ook zonder kalot met een E19-afdichtring toegestaan – de kalot voorkomt echter het indeuken van de golf.
Wand: golfdal
Aan de gevel wordt in het golfdal direct op de onderconstructie geschroefd – hier loopt geen water, de vlakke verschroeving draagt beter en blijft optisch rustig.
Vuistregel volgens Weckman: elk golfdal op elk oplegpunt eenmaal bevestigen met een RVS A2-gevelschroef. De dalverschroeving hoort aan de wand – niet op het dak.
Golfplaten leggen in 6 stappen
Onderconstructie controleren en de druiplijstlijn uitzetten
De onderconstructie draagt het hele dak – zij moet draagkrachtig, vlak en maatvast zijn voordat de eerste plaat op het dak komt. De maximale afstand tussen de oplegpunten (overspanning) hangt af van de plaatdikte en de sneeuw-/windbelastingzone; de bindende waarden staan in de belastingstabellen van het Weckman-sinusprofiel. Welke onderconstructie bij welke opbouw past, behandelt ons artikel Metalen platen: de juiste onderconstructie in detail.
- Oplegbreedtes volgens Weckman: 40 mm op de eindoplegging, 60 mm op de tussenoplegging – voor hout en staal gelijk. Houten lattenwerk vóór de montage op verdraaiing controleren, staal corrosiebestendig, vlak en rechtlijnig uitvoeren.
- Dakhelling controleren: Weckman eist minimaal 10°; daaronder moet er in principe een waterafvoerend onderdak worden ingebouwd. De pure overlappingstabel begint weliswaar bij 3°, maar de onderdak-voorwaarde geldt onverminderd.
- Druiplijstlijn uitzetten en als referentiepunt voor het leggen vastleggen – zij is de basis voor het hele vlak. De overstek van de platen in de dakgoot daarbij meerekenen.
- Overstekken: aan de druiplijst is zonder constructieve berekening maximaal 200 mm vrije overstek toegestaan (staal; aluminium profielen 50–100 mm), aan nok en windveer maximaal 70 mm. Aluminium bovendien: bij bevestiging in het dal volgens DIN EN 1090 maximaal 8 m baanlengte, en per meter constructielengte ±0,5 mm bewegingsspeling inplannen.
Platen aanleveren, opslaan en op maat snijden
Golfplaten zijn robuust – maar niet tegen verkeerde opslag. Tussen aflevering en montage beslist zich of de coating vlekkeloos blijft.
- Lossen: van de stapel altijd met minstens twee personen optillen en lange platen rechtop naar de inbouwplaats dragen. Nooit over gelegde vlakken of scherpe kanten trekken; bij lossen met een kraan juk en kantbescherming gebruiken.
- Opslaan: droog, overdekt, op houten balken met een lichte schuinte zodat binnengedrongen water kan weglopen – nooit direct op de grond. Duurt de opslag langer dan 2 weken, dan de platen afzonderlijk geventileerd opstapelen.
- Verpakking & folie: de transportverpakking is geen opslagverpakking – enkele dagen na aflevering verwijderen. Blank verzinkte platen direct verwerken of afzonderlijk geventileerd opslaan; corrosieschade door verkeerde opslag is geen reden tot reclamatie. Vóór de montage moeten alle verpakkings- en beschermfolies eraf.
- Op maat snijden: uitsluitend koud – met blikschaar, knabbelschaar of decoupeerzaag; bij aluminium bovendien met een speciale slijpschijf mogelijk. Spanen direct met de zachte bezem wegvegen. Bij maatwerk af fabriek vervalt dit punt vrijwel volledig.
Eerste plaat plaatsen: aan de windveer, exact haaks op de druiplijst
De eerste plaat bepaalt het hele vlak – alle volgende platen lijnen zich daarop uit. Een scheef geplaatste startplaat laat zich later niet meer corrigeren.
- Tegen de hoofdweerrichting in beginnen: een golfplaat is naar beide kanten te leggen – bepaal de dekrichting vóór de montage en leg, als dat bouwkundig kan, tegen de weerrichting in. Wind en regen drukken dan over de zijdelingse overlapping heen in plaats van erin.
- Anticapillaire groef de goede kant op draaien: lijn de eerste plaat vóór de montage zo uit dat de groef naar de volgende, overlappende plaat wijst – alleen dan voert zij naar binnen gedrukt water windbeschut af.
- Exact haaks op de druiplijst uitlijnen – de onderkant op het uitgezette snoer, niet op het oog en niet op de gevel. De plaat zo ver over de windveer plaatsen dat de windveerlijn tot aan de nok volledig is afgedekt.
- Fixeren in plaats van vastschroeven: de uitgelijnde plaat eerst met enkele schroeven op de golfberg fixeren. Na het leggen en verbinden van de volgende plaat laten de schroeven zich losdraaien en kan het geheel nog een keer exact op het druiplijstsnoer worden uitgelijnd – pas daarna wordt doorgeschroefd.
Platen verschroeven – op de golfberg met kalot
Er wordt uitsluitend met RVS-schroeven en afdichtring geschroefd – de verbinding staat blijvend bloot aan het weer. Aluminium platen mogen alleen met RVS A2-/A4-schroeven worden gemonteerd. Voor het dakvlak adviseert Weckman bij het sinusprofiel de bevestiging op de golfberg met kalot en E16-afdichtring:
- Dakvlak: schroef met kalot op de golfberg op elk oplegpunt – de kalot verdeelt de aandrukkracht en voorkomt het indeuken van de golf. De dalverschroeving (E12-afdichtring) is bij het sinusprofiel voorbehouden aan de gevel.
- Schroefraster: zonder bevestigingsberekening noemt Weckman als niet-bindende richtwaarde voor gesloten normale gebouwen minstens één schroef per golfberg op elk oplegpunt – en wel in het vlak én in de volledige dakrandzone. Bindend blijft in elk geval de constructieve berekening.
- Schroeflengte: bij houten onderconstructies berekent Weckman de lengte uit profielhoogte + 50 mm inschroefdiepte – bij het 18-sinusprofiel met kalot dus minstens 75 mm op de golfberg. Schroefpunten die door dunne latten heen steken, mogen niet worden afgeknipt.
- Aandraaimoment: schroef haaks plaatsen, afdichtring vlak aanliggend – niet geplet, niet los. Nooit tegen elkaar in schroeven, de platen moeten spanningsvrij opliggen.
Hoe de afgewerkte verschroeving eruit moet zien en hoe de kalot zit, laten de korte video's hieronder zien.
Lengte- en dwarsnaden uitvoeren
Lengtenaden (de zijdelingse overlapping) heeft elk golfplatendak, dwarsnaden (kop aan kop) alleen wanneer een plaat niet van druiplijst tot nok reikt. Onze aanbeveling uit de praktijk – en die van de fabrikant: banen in één stuk op maat bestellen en de dwarsnaad helemaal vermijden. Hoe metalen platen in het algemeen overlappen, verdiept het artikel Hoe worden profielplaten overlapt?
- Lengtenaad: de platen overlappen zijdelings met één profielgolf, met de overlapping aan de van het weer afgekeerde zijde. Verbonden wordt op de golfberg met RVS-overlappingsschroeven op een afstand van 40–50 cm; als alternatief is klinken toegestaan. Bij dakhellingen onder 10° hoort er bovendien een kitband in de zijdelingse overlapping.
- Dwarsnaad: overlapping naargelang de helling 100–200 mm – vanaf 7° is dat 200 mm, vanaf 12° volstaat 150 mm, vanaf 20° is 100 mm genoeg. Tot 7° dakhelling hoort er een kitband in de naad. Tot 6 m plaatlengte wordt op één lat overlapt en midden in de overlapping op elke golfberg in de onderconstructie geschroefd.
- Schuifnaad vanaf 6 m: langere platen zetten verschillend uit – daarom wordt de dwarsnaad hier als schuifnaad uitgevoerd: een tweede lat op ca. 25 cm afstand van de overlappingslat monteren en beide platen boven en onder de overlapping op elke golfberg vastschroeven.
- Volgorde bij een dwarsnaad: bij het sinusprofiel wordt altijd eerst een doorlopende rij van de druiplijst naar de nok gelegd, voordat de volgende rij aan de druiplijst begint – de anticapillaire groef laat geen andere volgorde toe.
Zetwerk monteren: nok, windveer, druiplijst
Het zetwerk maakt het dak dicht en af. Voor alle delen geldt dezelfde grondregel: overlapping van de segmenten onderling 100–200 mm, in het overlappingsgebied niet schroeven (de platen moeten bij temperatuurwisselingen kunnen bewegen) en in het midden twee butyl-kitkoorden als afdichting inleggen.
- Nok: vóór de montage vulstroken in de golven leggen – zij houden slagregen, sneeuw, vuil en insecten buiten, maar vragen dan wel dwingend om nokontluchters voor de luchtcirculatie. Het nokprofiel wordt op elke tweede golfberg, verspringend ten opzichte van het tegenoverliggende dakvlak, vastgeschroefd (ca. 8 st./m1); aan het begin en het eind van de nokrij komt er bovendien direct tegenover een schroef.
- Windveer: het windveerprofiel sluit de gevel af – bevestigd wordt plaat-op-plaat op de golfberg en aan het boeiboord, met ca. 6 schroeven per strekkende meter.
- Druiplijst: het druiplijstprofiel leidt condenswater van de onderdakfolie naar de dakgoot; het profiel zelf steekt 20–30 mm in de goot. Kil: kilgoten van de druiplijst naar boven dekken, 20 cm onderling overlappen, vulstroken onderleggen en in de kilzone elk golfdal vastschroeven.
- Sneeuwvanger: in sneeuwrijke gebieden wordt het sneeuwvangprofiel ca. 1 m boven de druiplijst direct op het profiel gemonteerd – de tegengehouden sneeuwbelasting moet in de constructieve berekening zijn meegenomen.
- Kil: bij een binnenkil wordt een kilgoot ondergelegd; de platen van beide dakvlakken lopen er met tussenruimte naartoe en worden langs de killijn bijgesneden. Profielstukken altijd plaat-op-plaat schroeven.
Eindcontrole: alle spanen en verpakkingsresten van het vlak vegen, overlappingen en aansluitingen controleren, resten beschermfolie verwijderen. Dan is het dak klaar.
De details in beeld: schroeven, kalotten, vulstroken

Correct vastschroeven
De check van 30 seconden: schroef haaks, afdichtring vlak aanliggend – niet geplet en niet los. Zo ziet de verbinding eruit die 30 jaar dicht blijft.

Kalotten plaatsen
Op de golfberg verdeelt de kalot de aandrukkracht en dicht zij de golf af – bij het golfplatendak de standaardbevestiging. De video laat zien hoe hij moet zitten.

Vulstroken afdichten
De schuimstof profielstukken sluiten de golven onder nok, kilgoot en muuraansluiting – tegen slagregen, sneeuw en insecten. Zo worden ze ingelegd.
Bijzonder geval condenswater: wanneer heeft u anticondensvilt nodig?
In niet-verwarmde gebouwen – carports, garages, opslag- en landbouwloodsen – koelt de plaat 's nachts sterker af dan de lucht eronder. Wordt het dauwpunt onderschreden, dan condenseert vocht aan de onderkant van de plaat en druppelt het naar beneden. De oplossing is een af fabriek aangebracht anticondensvilt: het slaat het condenswater op in zijn vezels en geeft het bij stijgende temperatuur weer af aan de lucht. Bijkomend effect: het dempt regen- en hagelgeluid merkbaar. Waarom condenswater überhaupt ontstaat, legt het artikel Condens op geprofileerde platen uit.

Zo werkt het vilt
- Minimaal 10° dakhelling: Weckman schrijft voor platen met viltlaag een minimale dakhelling van 10° voor. Voor vlakkere daken is vilt daarmee geen optie.
- Ventilatie is verplicht: ventilatiespleten aan nok en druiplijst inplannen – zonder luchtcirculatie kan het opgeslagen water niet uitdrogen.
- Capillaire werking aan de uiteinden stoppen: aan de plaatuiteinden mag het vilt geen water uit de overlapping trekken. Dat regelt de fabriek – de bij het profiel passende vliesstop (terugsnijden of dichtschroeien) staat in de technische details. Bij sneden op de bouwplaats kunt u de uiteinden achteraf per heteluchtbehandeling of speciale lak over ca. 10–15 cm verzegelen.
- Niet over de latten trekken: bij het leggen mag de coating niet over de daklatten worden gesleept en niet in contact komen met andere zuigende bouwdelen – Weckman adviseert een EPDM-strook als scheidingslaag op het houten lattenwerk.
De vliesstop is af fabriek geregeld
De uiteinden van het vilt worden af fabriek behandeld, zodat ze geen water uit de overlappingen trekken. Of dat via terugsnijden of dichtschroeien gebeurt, hangt van het profiel af – de vermelding vindt u in de technische details van het artikel onder "Vliesstop". U hoeft daarvoor bij het bestellen niets extra op te geven. Om het vilt blijvend te laten werken telt vooral de ventilatie aan nok en druiplijst.
Het passende bevestigingsmateriaal & toebehoren
Om het dak dicht te krijgen hoort bij de plaat het juiste toebehoren – op elkaar afgestemd en in de passende hoeveelheid. De precieze behoefte aan schroeven en kalotten levert u de rekenhulp hierboven. Hier vindt u de passende artikelen per categorie:
Schroeven
RVS voor alle aan het weer blootgestelde verbindingen, verzinkt voor gevel en warm dak. Gescheiden naar houten en stalen onderconstructie – voor het golfplatendak lang genoeg voor de golfberg.
Schroeven bekijkenKalotten
Voor de golfbergbevestiging van het golfplatendak – als drukverdeler en afdichting, passend bij het sinusprofiel. Per vlakschroef één kalot.
Kalotten bekijkenKitband & vulstroken
Butyl-kitband voor vlakke lengte- en dwarsnaden, vulstroken voor nok, kilgoot en muuraansluiting – tegen slagregen, sneeuw en insecten.
Afdichting bekijkenZetwerk
Nok-, windveer-, druiplijst-, muuraansluit- en kilgootprofielen – de weerbestendige en nette afwerking van het dak, kleurpassend bij de plaat.
Zetwerk bekijkenGereedschap & reparatieverf
Knabbelschaar-opzetstuk voor de accuschroevendraaier en reparatieverf voor sneden op de bouwplaats – zodat de corrosiebescherming ook na het op maat maken sluitend blijft.
Reparatieverf bekijkenAlles uit één hand
Plaat, schroeven, kalotten, afdichting en zetwerk in één levering – op maat gemaakt en op elkaar afgestemd. U geeft de maten, wij stellen het systeem samen.
Naar de golfplatenDe zes meest gemaakte fouten – en hoe u ze vermijdt
Dakschroef in het golfdal gezet
Gevolg: de schroef zit precies in de waterloop – elke verbinding wordt een mogelijke lekplek, vooral bij een vlakke helling.
Op het dak hoort de schroef met kalot op de golfberg. De dalverschroeving is voorbehouden aan de gevel.
Plaatstaal met de slijpschijf gesneden
Gevolg: zinklaag aan de kant verbrand, roest vanaf dag één – en garantieverlies bij de fabrikant.
Koud snijden met knabbelschaar, blikschaar of decoupeerzaag. Alleen aluminium mag met een speciale slijpschijf worden geslepen.
Met de totale breedte gerekend
Gevolg: er ontbreekt een baan – nabestellen, wachttijd, mogelijk kleurverschil tussen charges.
Dakbreedte door de werkende breedte (1064 mm) delen en afronden – of de rekenhulp gebruiken.
Boorspanen laten liggen
Gevolg: vliegroestpunten op de coating die eruitzien als materiaalfouten – maar dat niet zijn.
Na elk boren en snijden direct met de zachte bezem wegvegen.
Schroeven overgedraaid of scheef gezet
Gevolg: een geplette afdichtring dicht niet meer, ingedeukte golven zonder kalot – elke schroef wordt een zwakke plek.
Koppelinstelling gebruiken, haaks schroeven, ring vlak aanliggend – op de golfberg altijd met kalot.
Nat gestapeld opgeslagen
Gevolg: vocht tussen de platen zet een chemische reactie in gang – corrosieschade die niet reclameerbaar is.
Droog en overdekt op houten balken in schuine stand opslaan; vanaf 2 weken opslagduur de platen afzonderlijk geventileerd opstapelen.
Originele montagehandleidingen als pdf
Alle waarden op deze pagina komen uit de fabrikantsdocumenten. Wie dieper wil gaan – bijvoorbeeld in de belastingstabellen van het sinusprofiel, kilgoten of schoorsteeninkassingen – downloadt ze hier direct:
Weckman metalen platen
Montagehandleiding en belastingstabellen voor alle Weckman-profielen inclusief sinusprofiel W-1/1064 – met overspanningen per plaatdikte, veldindeling en doorbuigingsklassen.
Pdf openenWeckman reiniging & onderhoud
Het handboek voor de jaren daarna: reiniging, instandhouding en herstel van de coating – zodat de garantie behouden blijft.
Pdf openenAlle handleidingen – ook voor damwand- en dakpanplaten – vindt u gebundeld op de downloadpagina voor metalen platen. Golfplaten voor de gevel van Polmetal volgen de wandmontage in de Weckman-handleiding.
Veelgestelde vragen (FAQ) over het leggen van golfplaten
Weckman eist minimaal 10° dakhelling; daaronder moet er in principe een waterafvoerend onderdak worden ingebouwd. De overlappingstabel van de fabrikant begint weliswaar bij 3° (standaard dakhelling 7°), maar die waarden gelden alleen voor de overlappingslengtes – de onderdak-voorwaarde onder 10° blijft bestaan. Tot 7° helling hoort er bovendien een kitband in elke dwarsnaad, onder 10° ook in de zijdelingse overlapping.
Op het dak hoort de schroef op de golfberg – met kalot en E16-afdichtring. Zo zit zij buiten de waterloop, en de kalot voorkomt het indeuken van de golf. De verschroeving in het golfdal is bij het sinusprofiel voorbehouden aan de gevel – daar loopt geen water, en de vlakke verbinding draagt direct op de onderconstructie.
Weckman noemt als niet-bindende richtwaarde voor gesloten normale gebouwen minstens één schroef per golfberg op elk oplegpunt – in het vlak net zo goed als in de volledige dakrandzone. Het aantal hangt daarmee direct af van de latafstand: bij 14 golven per baan en 1 m oplegafstand zijn dat ongeveer 14 schroeven per meter baanlengte. Daar komen de overlappingsschroeven op een afstand van 40–50 cm langs elke lengtenaad bij. Bindend is altijd de bevestigingsberekening van de constructieve berekening – de rekenhulp hierboven zet die regel voor u om.
Bij houten onderconstructies berekent Weckman de schroeflengte uit profielhoogte plus 50 mm inschroefdiepte. Bij het 18-sinusprofiel met kalot op de golfberg is dat minstens 75 mm; als richtwaarde voor de diameter noemt Weckman 6,5 mm. Belangrijk: steken de schroeven door een dunne lat heen, dan mogen de uitstekende punten niet worden afgeknipt.
Zijdelings overlappen golfplaten met één profielgolf – het verschil tussen totale en werkende breedte. In de legrichting (dwarsnaad) geldt naar dakhelling: vanaf 7° is dat 200 mm, vanaf 12° volstaat 150 mm, vanaf 20° is 100 mm genoeg. Tot 7° hoort er een kitband in de dwarsnaad, onder 10° ook in de zijdelingse overlapping. Meer daarover in het artikel Hoe worden profielplaten overlapt?
Altijd met de werkende breedte – bij het 18/76-sinusprofiel is dat 1064 mm, bij het wandprofiel PF25W 1080 mm. Dat is de bruikbare breedte na de zijdelingse overlapping met één golf en daarmee altijd kleiner dan de totale breedte van de plaat. Wie met de totale breedte rekent, komt aan het eind een baan tekort. De rekenhulp hierboven neemt u dat uit handen.
Nee – bij staal niet. Slijpschijven veroorzaken hitte waardoor de zinklaag aan de snijkant uitgloeit – de corrosiebescherming is weg, en de fabrikanten sluiten garantieaanspraken uit. Juist zijn een handblikschaar, elektrische plaatschaar, decoupeerzaag of knabbelschaar. Uitzondering aluminium: aluminium platen mogen met een speciale slijpschijf worden gesneden (de elektrische knabbelschaar is voor aluminium juist ongeschikt).
Alleen met lastverdelende loopplanken – en ook dan alleen voor de montage. Of een dak überhaupt beloopbaar is, hangt af van profielsoort, materiaaldikte en overspanning; Weckman noemt daarnaast schoeisel, lichaamsgewicht en het lopen in de gordingzone als voorwaarden. Voor regelmatige onderhoudsroutes zijn er daktreden en looproosters als toebehoren.
Altijd wanneer er onder de plaat geen onderdakfolie en geen isolatie ligt – typisch bij carports, garages en niet-verwarmde loodsen. Het vilt slaat condenswater op en voorkomt afdruppelen. Voorwaarde volgens Weckman: minimaal 10° dakhelling en een werkende ventilatie aan nok en druiplijst, zodat het vilt weer kan uitdrogen. Boven een dak met een vakkundige onderdakfolie levert het vilt daarentegen geen extra nut op. Details in het hoofdstuk Condenswater.
De montage is vrijwel identiek – het verschil zit in uiterlijk en draagvermogen: het ronde sinusprofiel oogt klassiek en is de favoriet voor renovaties in bestaande bouw en landelijke gebouwen; het hoekige trapeziumprofiel draagt bij dezelfde plaatdikte meer en staat grotere overspanningen toe. De uitvoerige vergelijking vindt u in het artikel Damwandplaten en golfplaten – het verschil.
Platen, schroeven en zetwerk in één levering
Golfplaten tot op de centimeter op maat – ideaal in één stuk van druiplijst tot nok, zonder dwarsnaad. Daarbij de passende RVS-schroeven, kalotten, vulstroken, kitbanden en nok-, windveer- en druiplijstprofielen. U geeft ons de maten – wij leveren het complete systeem.
Lees ook onze blogberichten
Laatste update: 31. juli 2026
Technisch gecontroleerd door: Grimberg GmbH (Contact)
